ZELFAANVAARDING

 

Een mooi verhaal van Ria Weyens over leren van jezelf te houden no matter what!

 
 

MILD EN MOEDIG

Heel worden houdt in dat we ‘heel’ ons wezen leren aanvaarden, dat we ruimte laten voor het aangename én het onaangename. We willen zo graag begrip en liefde van anderen, maar kunnen we ook begrip en liefde opbrengen voor onszelf? Wanneer we ons angstig voelen, schuldig of bedroefd, kunnen we onszelf dan aanvaarden zoals we zijn?

Ria schrijft:

"Vanuit eigen ervaring weet ik dat dit niet gemakkelijk is. Ik had veel moeite met het leren mild worden ten opzichte van de angst. Deze verlammende emotie probeerde ik steeds weer weg te duwen en te bestrijden. Vanuit mijn psychotherapeutische opleiding leerde ik angst te benaderen als het ‘gekwetste kind’ in mezelf. Ieder kind heeft angstige ervaringen doorgemaakt die blijven sluimeren in het onderbewustzijn. Toen ik in een crisisperiode zat, kwam deze oude angst opnieuw naar boven. Vooral in de nacht kreeg ik onverklaarbare paniekaanvallen. Het minste geluid deed mij bruusk ontwaken en verkrampen. Ik voelde mij als gevangen in een verlammende duisternis. Mijn eerste reactie was altijd: ‘ Neen, dit niet!’ tot ik de angst leerde zien als het gekwetste kind. Ik stelde mezelf de vraag: ‘Wat zou ik doen als er een angstig kind naar me toeloopt? Zal ik het wegduwen? Neen, ik zal het op mijn schoot nemen. De eerste momenten zal het misschien nog harder huilen, maar langzaamaan zal het rustiger worden. Liefde verzacht en heelt de pijn.

Tijdens de paniekaanvallen begon ik mezelf te observeren. Door waakzaam te worden voor wat er in mezelf gebeurde, werd ik er mij van bewust hoe ik onmiddellijk reageerde met weerstand: ‘Neen, dit niet’. Door deze weerstand om te buigen naar aanvaarding: ‘Ja, ook dit mag er zijn; angst, je mag er zijn’, voelde ik de pijn langzaam verzachten en wegebben. Deze milde ingesteldheid had een verzachtend en helend effect. Elke liefdevolle aanvaarding van een paniekaanval was telkens een stap dichter naar bevrijding. Elke laag van angst die er mocht zijn, was ook een laag van angst die verdween. Het ging hier om een langzaam transformatieproces. Door angst met mildheid te aanvaarden gaf ik het gekwetste kind toelating om er te zijn, waardoor heling kon plaatsvinden. Soms stel ik mij nu die diepe kwetsuur van angst voor als een ui, die laag na laag werd afgepeld tot er haast niets meer overbleef. Dit betekent niet dat er nu geen angst meer zou zijn in mijn leven. Maar ik probeer het nu op een andere manier te beleven, vertrouwend in de kracht van de mildheid. ‘Liefde drijft de vrees uit’( 1 Joh 4,18).

STOP DE STRIJD

Mild zijn betekent het innerlijk gevecht loslaten en tot zelfaanvaarding komen.
We hebben lang geleefd in een dualistische spiritualiteit van negeren of beheersen, van storende emoties bekijken als innerlijke vijanden die wij moeten bestrijden. Vechten tegen een deel van onszelf kan leiden tot zelfvervreemding. Velen hebben hierdoor diepe kwetsuren opgelopen. Er is tegenwoordig een groot verlangen naar een spiritualiteit van zachtmoedigheid.

Vele woestijnvaders zijn op het einde van hun leven, na een lange ascese van vechten tegen negatieve gedachten en emoties, naar diepe mildheid toegegroeid. Denken we maar aan het verhaal van de christelijke monnik Silouan. Na jaren vechten tegen demonen, tegen storende gevoelens van woede, jaloersheid, luiheid, haat, krijgt hij op een nacht een bijzondere ingeving, waardoor zijn innerlijk leven een andere wending krijgt.

‘Er waren vijftien jaar verstreken sinds de dag waarop de Heer aan hem verschenen was. En zie, op een keer tijdens een van die kwellende nachtelijke worstelingen met de demonen, toen het hem ondanks alle inspanningen niet lukte om onverstrooid te bidden, stond Silouan van zijn krukje op en begon manden te maken. Opeens zag hij de kolossale gestalte van een demon die voor de iconen stond in afwachting dat er voor hem gebogen zou worden: zijn cel was vol met demonen. Vader Silouan ging weer op zijn kruk zitten, met gebogen hoofd en met pijn in zijn hart sprak hij toen dit gebed: “Heer, Gij ziet dat ik onverstrooid tot U wil bidden, maar de demonen beletten mij dit. Leer mij wat ik moet doen opdat zij mij niet hinderen.” En in zijn ziel werd hem het antwoord gegeven: “De trotse mens heeft altijd op die wijze van de demonen te lijden“. “ Heer”, sprak Silouan, “leer mij wat ik doen moet, opdat mijn ziel nederig mag worden”. En opnieuw kwam het antwoord van God in zijn hart: “ Hou je geest in de hel en wanhoop niet”.

Nederigheid betekent waarheid: ‘zien wat is’. Als je weerstand en zelfveroordeling loslaat, is er gewoon plaats voor wat is. Het vraagt moed om de waarheid van je eigen hart te leren zien, om de confrontatie met licht én schaduw, engelen én demonen aan te gaan. Trots zijn wil juist zeggen: er weerstand tegen bieden, ertegen vechten. Hierdoor zullen de demonen nog sterker worden. Als je, bijvoorbeeld, vecht tegen angst, zal de angst nog meer macht over je krijgen. ‘Hou je geest in de hel’ wil zeggen: vlucht niet, vecht niet, wees aanwezig, hou je hart open in de pijn en… wanhoop niet .

Een dergelijke ommekeer van verzet naar overgave, vinden we ook in het leven van de hedendaagse boeddhistische schrijver Stephen Levine. In zijn boek ‘Healing into life and death’, beschrijft hij een kostbaar moment in zijn helingsproces, dat ons het belang aantoont van ‘liefdevolle bewustwording’.

‘Ik herinner me nog goed, vijftien jaar geleden, toen ik thuis kwam van een tiendaagse meditatie- retraite. De volgende morgen zat ik rustig aan de keukentafel thee te drinken en de zonsopgang te bewonderen, toen ik plotseling intense gevoelens van zelfhaat voelde opkomen. Deze negatieve gevoelens drukten op mij als een zware last, ik kon nauwelijks bewegen. Ik had nog nooit met zulk een hevigheid de duisternis ervaren in mijn hart. Angst kwam over mij en ik dacht: “ Ach, de meditatie heeft me het hoofd doen verliezen”. Natuurlijk was dat niet het geval. Meditatie had juist mijn aandacht gekeerd naar dat deel van mezelf dat ik verborgen hield, dat afgesplitst was. Inderdaad, meditatie bracht me opnieuw in contact met deze delen in mezelf waarvan ik vervreemd was: oud verdriet dat zo diep zat, en steeds dieper werd weggedrukt in elk moment van zelfveroordeling en weerstand. In paniek telefoneerde ik naar de meditatieleraar, in de hoop dat hij me zou troosten en zeggen dat het allemaal toch niet zo erg was als ik dacht. Maar integendeel, hij zei me: “Zit neer en ruik de bloemen ... die groeien in je eigen mesthoop. Druk deze innerlijke bewustwording van je angst niet weg. Nu zie je hoe je nog een vreemdeling bent in je eigen hart. Vlucht niet opnieuw. Raak deze pijn aan met een nieuwe ingesteldheid, met aandacht en tederheid”. Opeens doorzag ik de vlucht- en- verdedigingsmechanismen die ik had opgebouwd in mijn leven. Dit was een zeer belangrijk moment, hoe pijnlijk ook. Het leidde naar diepere genezing en bevrijding”.

Heling geschiedt wanneer we storende emoties aanraken met een nieuwe ingesteldheid, wanneer we onze pijn benaderen met begrip en mildheid, in plaats van met veroordeling en irritatie. Zoals Oscar Wilde zegt: ‘Het is niet het volmaakte, maar het onvolmaakte dat smeekt om onze liefde’. Mild zijn is ‘ja’ zeggen tegen wat is, het is ‘openheid’ voor de waarheid van de werkelijkheid, voor elke werkelijkheid."

MILDHEID IS GEEN PASSIVITEIT

Paulus geeft een mooie definitie van de mildheid in zijn hooglied van de liefde. ‘De liefde is geduldig en vriendelijk. (…) Zij vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij’ (1 Kor 13,4.6-7). ‘Maak vooral werk van de liefde’ (1 Kor 14,1). Paulus schrijft dat de liefde haar vreugde vindt in de waarheid. Leren zien wat is, niet wegdrukken of veroordelen. De liefde verdraagt alles. De liefde is meer dan een romantisch gevoel, het is een innerlijke kracht die mij in het ‘hier en nu’ doet leven. Een kracht die mij ‘ja’ doet zeggen tegen wat is.

Het is onzin, zegt het verstand.
Het is wat het is, zegt de liefde.

Het is een ellende, zegt de berekening.
Het is enkel pijn, zegt de angst.
Het is uitzichtloos, zegt het inzicht.
Het is wat het is, zegt de liefde.

Het is belachelijk, zegt de trots.
Het is lichtzinnig, zegt de voorzichtigheid.
Het is onmogelijk, zegt de ervaring.
Het is wat het is, zegt de liefde.
(Erich Fried)

De liefde duldt alles. Maar het gaat hier niet om een fatalistische houding van: ‘ Ik leg mij erbij neer’. Neen, de liefde hoopt ook alles. Het gaat hier om een dynamische houding van: ‘Ja, deze pijn is er, maar uit deze pijn kan nieuw leven ontstaan’.

Door mild te worden ten aanzien van onze kwetsuren kunnen we soms ervaren dat er juist meer pijn naar boven komt. Mildheid behoedt ons niet voor de pijn. Zoals in het licht van de zon onze schaduw tevoorschijn komt, zo treedt ook in het licht van de liefde onze innerlijke schaduw tevoorschijn. Als we onszelf toestaan om kromgebogen te zijn, kan ook oude pijn naar boven komen. Dit is een noodzakelijke fase in het helingsproces. Door deze oude pijn met liefde aan te raken zal ze langzaam haar verlammende invloed verliezen. De angel zal uit de wonde verdwijnen: ‘Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ (1 Kor 15,55).

Sommigen vrezen dat mildheid zal leiden tot passiviteit. Ga je hierdoor het lijden niet koesteren of goedpraten? Ga je hierdoor de verontwaardiging en felheid tegen het onrecht niet verliezen? Mild zijn ten opzichte van het lijden betekent niet het lijden liefhebben, maar liefhebben ‘in’ het lijden! Op zich is het lijden zinloos. Jezus verzette zich tegen elke vorm van onrecht en pijn. Wij moeten er alles voor doen om het lijden te verzachten en te helen. De kernvraag in dit alles blijft echter: ‘Hoe doen we dit?’ Wordt ons verzet tegen het lijden gedragen door een innerlijke houding van geweld, frustratie en veroordeling, of door een innerlijke houding van mededogen? Bijvoorbeeld, hoe verzetten wij ons tegen depressiviteit? Iemand zei me ooit: ‘Mijn dokter zegt dat ik moet vechten tegen depressiviteit. En jij zegt dat ik het moet aanvaarden?’ Het gaat er niet om je depressiviteit passief te aanvaarden, maar om er op een andere manier naar te kijken. Je kunt er naar kijken met een veroordelende blik: ‘Dit mag niet’, maar je kunt er ook naar kijken met een milde blik: ‘ Dit is droefheid, angst, onzekerheid… ja, ook dit mag er zijn’. Door te vechten tegen depressieve gevoelens krijgen deze nog meer macht over je. Je kunt alleen maar veranderen wat je hebt aanvaard.
Jezus spoort ons aan om onze ‘vijanden lief te hebben’ (Mt 5,43). Het gaat hier niet alleen om de ‘uiterlijke vijanden’, maar ook om onze innerlijke vijanden, namelijk die depressieve gevoelens die wij niet graag zien. Kunnen wij deze storende emoties met vriendelijkheid tegemoet treden? Het gaat hier om een innerlijke geweldloosheid, een stoppen met de innerlijke strijd, om op een andere manier te leren vechten. Om te leren strijden met de wapens van begrip en mededogen. ‘Laten wij ons toerusten met de wapens van het licht’ (Rom. 13,12).

Een andere vraag die vaak terugkomt na mijn lezingen over heling is de volgende: ‘Ik begrijp wel dat het belangrijk is om mijn innerlijke pijn te aanvaarden, maar wat doe ik met het lijden dat mij wordt aangedaan. Moet ik dat ook maar mild ‘aanvaarden.’ Mildheid is geen passieve berusting, fatalisme of gedwee ‘ja’ knikken. Mildheid is geen teken van zwakheid. Het is een scheppende kracht die vanuit de innerlijke bron opwelt. Het lijden dat je wordt aangedaan, mag je zeker niet passief goedpraten. Als je in een situatie zit die negatief voor je is, dan dien je niet te zeggen: ‘Ach, ik moet dit maar mild aanvaarden, niet wegduwen of veroordelen’. Dit zou passieve berusting inhouden, waardoor je in de positie van slachtoffer blijft vastzitten. Mildheid is eerst en vooral waarheid. Leren luisteren naar jezelf. Wat brengt dit onrecht in mij teweeg? Wat voel ik erbij? Misschien probeer je al lang uit deze situatie los te komen, maar je voelt je machteloos en geblokkeerd. Ten opzichte van deze gevoelens van onmacht, zelfbeklag, schuldgevoelens kun je leren mild te worden. Deze emoties mogen er zijn. Wees mild, zelfs ten aanzien van je eigen gebrek aan mildheid . ‘Ja, ook dit mag er zijn’. Zie en voel wat is, zonder het weg te duwen of te veroordelen. Positieve zelfaanvaarding brengt je naar je eigen krachtbron. Het gaat er dus niet om ‘ja’ te knikken tegen het lijden dat je wordt aangedaan. Maar om te leren ‘ja’ zeggen tegen jezelf. Deze innerlijke houding zal je geleidelijk aan de kracht geven om voor jezelf op te komen en om grenzen te stellen. Zachtmoedigheid betekent niet alleen de moed hebben om zacht te zijn. Maar vanuit de zachtheid krijg jij ook de kracht om moedig te zijn. Vanuit het ‘ja’ tegen jezelf, kun je leren ‘neen’ zeggen tegen datgene wat het leven belemmert.


VERZET EN OVERGAVE

Mildheid is de vrucht van een groeiproces. We kunnen niet zomaar onmiddellijk mild zijn ten aanzien van onze kwetsuren. Mildheid is als een lotusbloem die wortelt in de modder. Eerst is er de modder, de naakte ruwe confrontatie met de pijn. Eerst is er het verzet en de schreeuw, zoals we dat in de psalmen kunnen lezen. In het aangezicht van het lijden roepen de psalmisten hun verwarring en pijn uit.

‘Uit het diepste diep roep ik U aan, Heer’. (Ps 130,1)
‘Mijn krachten bezwijken; (…) Ik ben moe van het klagen,
nacht op nacht heb ik mijn kussens nat geweend,
met tranen is mijn bed doordrenkt.
Mijn ogen staan dof van wanhoop. (Ps 6,3.7.8)

Zoals Job mogen, ja moeten we schreeuwen in het aangezicht van het lijden. De kreet vanuit de diepte is een noodzakelijke fase in het helingsproces. Zonder de modder kan de lotus niet groeien naar het licht. Ook Jezus kende deze rauwe pijn en dit verzet. In de tuin van Getsemane, door angst gegrepen, schreeuwde hij naar God: ‘Neem deze beker van mij weg!’ (Mc 14,36). De angst verlamde zijn lichaam, zijn tranen werden bloed. Driemaal bezweek Hij onder het kruis. Waarom zouden wij er dan niet onderdoor mogen gaan? We kunnen de opstanding alleen maar ten diepste beleven, als we ook de opstandigheid hebben doorleefd. Vallen is geen schande. Maar Jezus bleef niet neerliggen, hij bleef niet vastzitten in het verzet. Zijn schreeuwen deinde uit in overgave. Hierdoor kon hij het kruis dragen en zich openstellen voor de opstanding.

Als wij na het verzet onze zwakheden toelaten, als we de weerstand loslaten en vrede sluiten met ons verdriet, kan mededogen groeien in ons hart.