hantayo

illusies

Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 1/17
Illusies (door het copieëren nogal onleesbaar)

Over bevrijding uit de doolhof van destructieve emoties
Ingeborg Bosch

Hoofdstuk 1. PRI in kort bestek
1.1 Essentie van de PRI theor ie in acht statements
1. Het ongedeelde bewustzijn
Een kind wordt geboren met een ongedeeld bewustzijn. Dit houdt in dat alle signalen (via de zintuigen) ongehinderd binnen kunnen komen en waar na verwerking, een passende reactie zonder blokkade naar buiten kan komen.
2. Levensbedreigende gebeurtenissen
Levensbedreigend zijn gebeurtenissen die direct en indirect tot onze dood zouden kunnen
leiden wanneer we kind zijn (bv fysieke mishandeling, emotionele verwaarlozing – liefde,
aanraking etc).
3. Het gedeelde bewustzijn
Om te overleven deelt het bewustzijn zich (verdringing van de pijn en haar oorzaak),
omdat het kind zich niet kan onttrekken aan de situatie, het is afhankelijk van de
verzorgers. Ook heeft een kind geen tijdsbesef, denkt dat het heden altijd zal voortduren.
Het bewustzijn splitst zich in twee delen: één waarin de levensbedreigende waarheid dat
we niet krijgen wat we nodig hebben om te overleven en de daarbij behorende pijn
worden opgeslagen en een ander deel zonder pijnlijke waarheden, waarin het lijkt alsof er
niets ergs aan de hand is.
4. Ontstaan van de afweer
Een muur van afweer wordt opgebouwd om de verdringing van de levensbedreigende
waarheid extra veilig te stellen. Afweermechanismen bestaan uit ontkenning van de
waarheid – illusies. Een gezond psychisch immuunsysteem bestaat uit het vermogen tot
verdringing (splitsing bewustzijn, niet voelen van pijn) en ontkenning (muur van afweer,
creëren van nieuwe waarheid).
5. Destructiviteit van de afweer
Wanneer we volwassen zijn, worden de splitsing en de afweer destructief. De volwassene
is immers niet meer afhankelijk van anderen en hoeft de waarheid dat die anderen zijn
behoeften niet kunnen vervullen dus niet meer te verdringen en ontkennen. Kindbewustzijn
(KB) is het deel van het bewustzijn waarin de verdrongen waarheid en de
hiermee samenhangende pijn en behoeften zijn opgeslagen. (de wereld is klein,
afhankelijk van anderen, alles duurt eeuwig, behoeften zijn elementair en urgent,
hulpeloosheid, machteloosheid). Het volwassenbewustzijn
(VB) is het andere deel van
het bewustzijn dat zich in de tijd verder heeft kunnen ontplooien, terwijl in het KB alles is
gebleven zoals het was. Vanuit het VB kunnen we het heden ervaren zoals het werkelijk
is (er is altijd een keuze, behoeften zijn meestal niet urgent, onafhankelijkheid, alles
verandert/niets duurt eeuwig, wereld is groot, je hebt macht).
6. Symbolen
De splitsing van het bewustzijn maakt ons gevoelig voor de werking van symbolen, die
ons doen denken aan de oude verdrongen realiteit.
Dit komt doordat onze hersenen ons leven monitoren. De monitor is gekoppeld aan de
amygdala, een deel in de hersenen dat een grote rol speelt bij het ontstaan van beladen
emotionele herinneringen. Als de monitor iets in het heden herkent uit het verleden, wordt
een signaal doorgegeven via de thalamus aan de amygdala, dat vervolgens alarm slaat
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 2/17
lang voordat de hogere hersenen (de neocortex) zich hebben kunnen bemoeien en
rationeel de situatie hebben kunnen onderzoeken. Alarm slaan: activeren van de HPAas,
de verbinding tussen de hypothalamus, de hypofyse en de bijnierschors, wat leidt tot de
productie van stresshormonen. Het is dus een razendsnelle reactie op dreigend gevaar.
7. De impact van symbolen
Door het symbool raken we het contact kwijt met het volwassenbewustzijn
en komen we
terecht in het kindbewustzijn
en de afweer, omdat ons psychische immuunsysteem er –
ten onrechte – van uitgaat dat het voelen van de oude pijn en het toelaten van de oude
waarheid levensbedreigend is.
8. In de ban van illusies
Wanneer onze afweer geactiveerd is, betekent dit dat we in een illusie geloven, die onze
aandacht geheel opeist. Er zijn vijf soorten illusies, verdeeld over drie lagen.
a. Angst. Deze laag bevindt zich als een soort schrikdraad tussen de onderste laag
van de muur van ontkenning (primaire afweer). Angst is fysiologisch van aard.
Het is een drang om onszelf te redden door te vluchten uit de situatie. In angst zit
hoop verpakt dat we aan de bedreiging kunnen ontkomen. Deze hoop is
onterecht: de pijn dat we niet kregen wat we nodig hadden is namelijk al
veroorzaakt, het is niet iets waar we nog aan kunnen of hoeven te ontsnappen, het
is immers al gebeurd. Vb: ik ben bang voor xyz.
b. De primaire afweer (PA). Dit is de eerste cognitieve afweer die we als kind
ontwikkelen om de waarheid niet onder ogen te zien. We hebben het idee dat we
niet krijgen wat we nodig hebben omdat er iets mis is met ons:
ik
deug niet (vb: schaamte, ik ben te dik) (beschermt tegen de pijn dat de
ouders het kind deze verwijten (in)direct hebben gemaakt_
het
is allemaal mijn schuld (beschermt tegen de pijn dat het kind dikwijls
direct of indirect de schuld heeft gekregen)
ik
kan het niet (bescherming tegen de pijn dat er vroeger geen hulp was en
we allen zijn gelaten in situaties die we niet aankonden)
c. Valse hoop (VH). De illusie dat we kunnen krijgen wat we nodig hebben, als we
beter ons best doen. De waarheid is dat we oude kinderbehoeftes niet alleen nooit
meer kunnen vervullen in het heden (ook niet door onszelf), het hoeft ook niet
meer.
d. Valse macht (VM). De illusie dat we kunnen krijgen wat we nodig hebben, als de
ander zou veranderen: een veroordelende en superieure houding tegenover
anderen. De waarheid is dat we oude kinderbehoeftes niet alleen nooit meer
kunnen vervullen in het heden (ook niet door een ander), het hoeft ook niet meer.
e. Ontkenning van behoeften (OvB). De illusie dat het niet erg is dat we niet krijgen
wat we nodig hebben, omdat (we niets nodig hebben). Kenmerk is het ontbreken
van sterke gevoelens en het vermijden van alles wat tot die sterke gevoelens zou
kunnen leiden – ontbreken van levenslust, passie, diepe gevoelens en intimiteit.
Deze afweer wordt als laatste ontwikkelt.
Deze vijf vormen wisselen elkaar af, alsof we in een cirkel van het ene naar de andere
afweer bewegen en weer terug.
1.2 Het doel van PRI
Het doel van PRI is om het heden te kunnen beleven voor wat het werkelijk is, zonder de
gevangene te zijn van illusies. Dit bereiken we door een beter contact met het VB en het
toewerken naar een ongedeeld bewustzijn waarin geen afweer is en geen splitsing, maar
volledige integratie in het VB van wat in het KB was verdrongen. Dit is Past Reality
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 3/17
Integration (PRI). Dit verandert de verdrongen inhoud uit het KB van iets levensbedreigends
in een onschadelijke herinnering die echt voorbij is.
1.2.1 De PRImethode
als een levenswijze.
PRI is verdeeld in 4 fasen:
1. Zelfobservatie (cognitie):
gericht op het leren herkennen van onze afweer, en het vaststellen welk symbool erbij
hoort door een permanente innerlijke observator.
2. Omkering van de afweer:
Het omkeren van de beweging VB – symbool – KB – afweer: we stappen uit de
illusie van de afweer om terug te gaan naar het KB en de verdrongen pijn. Soms
houdt dit in dat we ons opzettelijk gaan blootstellen aan dat wat we het liefst willen
vermijden om toegang te krijgen tot het gevoel achter ons vermijdingsgedrag. In
andere gevallen betekent het nietsdoen, zitten en voelen om je bloot te geven aan
gevoelens van machteloosheid
3. Regressie:
a. met hulp van PRItherapeut
Het boven tafel krijgen van de oude realiteit en behoefte, zodat we ons er
bewust van worden. Deze fase is zeker niet belangrijker dan zelfobservatie en
omkeer van de afweer.
b. zelfstandige regressie
4. Duaalbewustzijn:
Cognitie, gedrag en gevoel worden geïntegreerd. We herkennen symbolen, weten wat
het symbool is, welke oude pijn en behoeftes worden geraakt en welke oude realiteit
erbij hoort. We kunnen de oude pijn in ons lichaam toelaten en voelen zonder deze te
onderdrukken of ons ertegen te beschermen (zoals voor PRI) en zonder deze te
versterken (als in een regressie), terwijl we in contact blijven met de huidige realiteit
en ons gedrag uit het VB voortkomt en niet uit de afweer. Deze fase eindigt wanneer
onze oude afweer is ontmanteld en niet meer op ons inwerkt als symbool.
Dus in een spoedig PRI proces heb je de volgende beweging:
Onbewust belast >
bewust zijn (zelfobservatie) >
bewust belast zijn (omkeren afweer en
regressie) >
bewust onbelast zijn (duaalbewustzijn)
>
onbewust onbelast zijn.
Hoofdstuk 2: PRI in perspectief: achtergronden en raakvlakken
PRI is jong en heeft zich vanaf 1999 duidelijk ontwikkelt. Haar wortels liggen in de
primaltherapie van Arthur Janov, wiens therapie weer teruggaat op Freud. Ook zijn er
raakvlakken met cognitieve, gedragstherapeutische, cliëntgerichte, lichaamsgerichte en
spirituele stromingen.
2.1 Psychoanalyse van Sigmund Freud
Freuds theorieën liggen al enige tijd onder vuur:
Freuds drifttheorie: jonge kind is sexueel geobsedeerd door de ouder van het andere geslacht
en fantaseert over sex met vader of moeder. Deze theorie is achterhaald en gevaarlijk. (Zeker
als een slachtoffer van incest op het eigen aandeel in het misbruik wordt aangesproken).
Freud rekent doodsdrift en seksuele drift als basale drijfveren van de mensheid. We hebben
onze afweer nodig om ons tegen deze driften te beschermen.
Aan de ander kant heeft het bestaan van het onbewuste dankzij Freud brede bekendheid
gekregen. Ook is de enorme invloed van de eerste jaren van het leven op de verdere
emotionele ontwikkeling van de mens dankzij hem bekend geworden. Neurologisch
onderzoek heeft bewezen:
Dat
we onbewuste herinneringen hebben die ons doen, denken en voelen sturen. Deze
zijn ontstaan tengevolge van ervaringen die bedreigend waren en lijken geconcentreerd te
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 4/17
zijn in een speciale opslagplaats in het brein: de amygdala. Ons bewustzijn stuurt slechts
een klein deel van ons doen en laten.
De
hersenen zijn vooral in de eerste twee jaar van het leven volop in ontwikkeling en zeer
beïnvloedbaar door alle ervaringen. Er is een verbinding met een op volwassen leeftijd
verstoorde HPAas,
de as die zorgt voor de afscheiding van stresshormonen en vroege
blootstelling aan stressoren. Ook hebben vroege ervaringen grote invloed op de productie
van eiwitten in de hersenen waardoor bepaalde genen juist aanof
uitgaan.
2.2 Primalther apie van Arthur J anov
Primaltherapie: het bewust ontlokken van “primals”: regressies naar de eerste levensjaren,
waardoor het trauma ten volle kan worden beleefd en verwerkt door het bewustzijn. Janovs
inzichten:
Zijn
werk geeft inzicht in de werking van symbolen. Analyse of interpretatie door een
therapeut is onnodig en afleidend.
Janov
vond dat afweer ontmanteld moest worden en onderscheidde de valse hoop.
Janov
erkende als eerste emotionele mishandeling, en dat situaties die in het algemeen
niet als traumatisch gezien worden enorme pijn tot effect kunnen hebben (baby die huilt
alleen laten, boos worden op kinderen, dreigen met een lichamelijke straf, etc).
Janov
maakte duidelijk dat oude verdrongen pijn in het lichaam wordt opgeslagen en de
enige manier om de verdringing op te heffen is het werken met primals.
2.3 Op primalther apie gebaseerde aanpak van J ean J enson
Inzichten van haar aanpak:
ipv
groepsregressies koos zij voor een individuele aanpak, in een spreekkamer
Helpen
van de client om beter begrip te krijgen van het proces en de therapie in het
dagelijks leven te integreren door zelfstandige regressies te doen.
Ze
definieerde een ander afweermechanisme “de vermijder” en “de intimidator”,
onderdelen van Valse Macht.
Jenson
vindt dat we geen innerlijk kind in onszelf hebben, alleen oude verdrongen pijn,
laat staan dat we het kind kunnen geven wat het vroeger nodig had en daar dan beter van
zouden worden.
2.4 Past Reality Integr ation
Ontwikkelt door Ingeborg Bosch. Door haar intense samenwerking en vriendschap met Jean
Jenson kon ze zichzelf trainen in die therapie vorm: luisteren naar de client en signalen
waarnemen die tot ingang leiden naar oude verdrongen pijn om vervolgens regressies te
ondergaan. Ingeborg zocht naar verbeteringen van de therapie en voegde de volgende zaken
toe:
Ze
ontwikkelde het concept van de primaire afweer.
Ze
erkende dat afweermechanismen elkaar afwisselen.
Ze
vond dat we de waarneming van een symbool niet zomaar kunnen vertrouwen, omdat
we de mensen motieven, gevoelens en gedragingen toedichten van mensen van vroeger.
Ze
onderscheidt KB en afweer.
Ze
bedacht het concept van de omkering van de afweer.
Ze
bedde de rol van regressies in in een kader met drie gelijkwaardige pijlers: cognitie,
gedrag en gevoel. Ze werkt met vier duidelijke fases (zelfobservatie, werken met gedrag,
regressies en duaalbewustzijn
toepassen).
Ze
maakte duidelijk dat dat de “intimidator” van Jenson eigenlijk een aparte afweer is
namelijk “ontkenning van behoeften”.
2.5 Raakvlakken van PRI met andere stromingen
Raakvlakken met de:
Psychoanalytische
stromingen: erkenning van het bestaan van het onbewuste, de
bepalende invloed van de kinderjaren op de ontwikkeling van de hersenen.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 5/17
Cliëntgerichte
stromingen: PRI stelt de cliënt en zijn beleving centraal. De therapeut
interpreteert niet, alleen de cliënt kan de eigen waarheid achterhalen. De therapeut helpt
met het blootleggen van de afweer door kritische vragen te stellen. De therapeut is
gelijkwaardig aan de cliënt en is meer een ervaringsdeskundige en coach die instrumenten
aanreikt dan een dokter die iemand beter maakt.
Cognitieve
therapieën als RET (Rational Emotive Therapy): belang wordt gegeven aan
het kritisch bekijken van gevoelens, waarnemingen en gedachten en te onderzoeken of
die juist zijn of voortkomen uit de werking van een symbool, dmv zelfobservatie.
Maar: PRI laat zien dat er verschillende soorten gevoel zijn en dat de te ondernemen actie
afhangt van het soort gevoel waar je mee te maken hebt. (PRI onderscheidt oude pijn uit
KB (en laat dit gevoel vrijuit gaan), gevoelens uit de afweermechanismen (deze moeten
omgekeerd worden om terug te gaan tot het gevoel uit KB) en gevoelens uit VB (deze
worden toegelaten.)
Gedragstherapeutische
benaderingen: belang aan het observeren en werken met gedrag.
Bij gedragstherapie is het de bedoeling om nieuw en effectiever gedrag aan te leren, bij
PRI wordt in sommige gevallen gedrag omgekeerd, niet omdat het effectiever zou zijn,
maar omdat het afweergedrag ons belemmert te voelen welke pijn eronder zit. PRI wilt
geen nieuwe sociaal wenselijke gedragingen aanleren omdat die meestal afweer
versterken.
Lichaamsgerichte
therapieën: het goed in contact staan en gewaar worden van gevoelens
in ons lichaam
Primaltherapie:
het toelaten van oude verdrongen pijn zonder dat tijdens de regressie de
oude waarheid op wat voor manier dan ook beter verteerbaar wordt gemaakt. (in
tegenstelling tot regressietherapie, NLP, innerlijkkindtherapie, hypnotherapie, etc).
Spirituele
richtingen: zelfobservatie is de bases waarop de rest gebouwd wordt.
2.6 Een spir itueel perspectief
Spiritualiteit wordt gezien als geestelijke levenshouding.
In Ingeborgsch ogen is het leven een cirkelbeweging: van eenheid met het Al naar afspitsing
tijdens het leven, en weer terug naar eenheid met het Al.
De mens kan zich of vastbijten in de illusie van de afweer, het bevredigen van de verlangens
van het ego, al dan niet ten koste van anderen. Dit is de weg naar steeds grotere
afgescheidenheid of splitsing. Of de mens ontmaskert de illusie en opent zijn hart steeds meer
voor anderen, vanuit een gevoel van verbondenheid met het Al en compassie voor anderen.
Eenheid en bewustzijn is de kern.
Hoofdstuk 3: Betekenis en belang van afweer en regressie
3.1 De werking van het bewustzijn en afweer
Afweer: het mechanisme waarover onze geest beschikt om de verdringing van de oude
behoeften, de oude realiteit en de oude pijn veilig te stellen. Het ontkennen van de waarheid.
Doel afweer: om de levensbedreigende waarheid als kind noch bewust te beseffen noch te
voelen.
Werking afweer: door het creëren van een illusie die onze aandacht afleidt van hetgeen er
werkelijk aan de hand is.
Onderscheid tussen observatie (objectief) en interpretatie (subjectief). De grens tussen
objectief en interpretatie is grijs. Van alle informatie die we binnenkrijgen (11 m bits) zijn we
ons maar bewust van een beperkte selectie (10 – 50 bits). Verder worden onze zintuiglijke
waarnemingen maar gedeeltelijk bepaald door informatie van buitenaf, en aangevuld met
informatie uit ons geheugen. We nemen het heden dus waar vanuit het perspectief van eerdere
ervaringen. Ons brein registreert steeds die informatie in de buitenwereld die aansluit bij onze
basisovertuigingen (wat leidt tot bevestiging van onze denkbeelden), en informatie die niet
overeenkomt wordt als irrelevant terzijde geschoven en niet onthouden. De voordelen van dit
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 6/17
mechanisme: voorspellingen doen. Nadelen: moeilijk iets nieuws waar te nemen en echt
objectief te zijn.
Ons bewustzijn (aandacht, waarnemingen en conclusies) en ons gedrag wordt vaak gestuurd
door het onderbewustzijn. Onderzoek wees uit dat actiepotentialen in de hersenen ons gedrag
al aansturen een 0.35 seconde voordat we besluiten tot een (bewuste) handeling. We weten
dus onbewust al wat we gaan doen voordat we het bewust doorhebben. Het bewustzijn heeft
wel een vetorecht: het kan besluiten de handeling te stoppen voordat die wordt uitgevoerd.
Het bewustzijn heeft dus niet het vermogen een handeling te beginnen, maar het kan wel
besluiten dat de handeling niet moet worden uitgevoerd. Het grootste deel van ons gedrag
wordt dus bepaald op grond van opgeslagen gegevens in ons brein tengevolge van ervaringen
die we eerder in ons leven hebben gehad. Elke actie in het heden zorgt voor een feedbackloop
die nieuwe informatie toevoegt aan de gegevens, waardoor we constant blijven leren.
Functie van de amygdala (amandelkernen): opslag van emotionele herinneringen, die vaak
niet gekoppeld zijn aan een narratieve of feitelijke context (een verklarend verhaal). De
amygdala zijn al bij de geboorte helemaal ontwikkelt.
Functie van de Hippocampus: zorgt voor het opslaan van narratieve herinneringen, maar deze
is pas volgroeid in het 2 e levensjaar, en functioneert dan nog niet optimaal. Vroege
herinneringen zijn dus in de amygdala opgeslagen (zonder duidelijk narratieve context). De
hippocampus functioneert nauwelijks als er een te hoge concentratie van stresshormonen
aanwezig is in het bloed omdat we blootstaan aan een extreem stressvolle gebeurtenis, met als
gevolg dat traumatische voorvallen in de jeugd vaak worden vergeten en alleen de emotionele
context wordt opgeslagen.
Wanneer deze emotionele herinneringen zonder narratieve context worden geactiveerd,
veroorzaken ze zeer onplezierige gevoelens in het lichaam zonder dat er een koppeling is met
een specifieke context. Dan komt de afweer in werking en geeft ons een illusie waarmee we
de gevoelens denken te kunnen verklaren vanuit het heden. Dit kan dus zijn via angst (ik ben
bang), primaire afweer (ik kan het niet), valse macht (de ander kan het niet), valse hoop (ik
moet het beter doen) of ontkenning van behoeften (er is niets aan de hand). De waarheid blijft
verborgen: de amygdala zenden alarmsignalen uit omdat er een overeenkomst lijkt te zijn
tussen de situatie in het heden en een bedreigende ervaring uit het verleden. De amygdala
werken snel en zullen al bij een kleine overeenkomst alarm slaan. Drie tekenen dat de
amygdala geactiveerd zijn:
1. Bewust gedragsmatige reacties zoals vluchten, vechten of verstijven
2. Via het autonome zenuwstelsel: veranderingen in bloeddruk en hartslag,
huidspanning, zweten en hormonale veranderingen
3. De afscheiding van stresshormonen in het bloed
De 2 e en 3 e tekenen hebben invloed op onze inwendige organen (gevolgen bv diarree of
verstopping) en klieren (vb griepachtig pijnlijk gevoel in de hals of onder de oksels) en op
onze waarneming.
3.2 Disidentificatie van het symbool en de afweer
Disidentificatie van het symbool: als we realiseren dat we met een symbool te maken hebben,
beseffen we dat we onze waarnemingen niet meer kunnen vertrouwen en laten het symbool
vrijuit gaan (geven het niet meer de schuld van de emoties).
Disidentificatie van de afweer: we realiseren ons dat de gevoelens en gedachtes die
voortkomen uit afweer een illusie zijn (dat we een angsthaas zijn (angst), een waardeloze
nietsnut (PA), een straatvechter (VM) een perfectionist (VH) of iemand die nou eenmaal niet
moeilijk doet (OvB)).
3.3 Omkering van de afweer
Omkering: het omkeren van de beweging van onze bewust aandacht, terug naar de oude pijn.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 7/17
e 3 e laag: Ontkenning van behoeften
Verdovende staat, niets voelen
Hormonen: met een verdovende werking. endorfinen?
e 2 e : Valse hoop:
Vecht of vlucht (actief)
Hormonen: catecholaminen
(als adrenaline)
e 1 e laag: Primaire afweer
Het opgeven (passief)
Hormonen: corticosteroiden (bv. cortisol)
Angst
Muur van ontkenning
e 2 e : Valse macht:
Vecht of vlucht (actief)
Hormonen: catecholaminen
(als adrenaline)
Dus ipv dat de pijn in het kindbewustzijn
leidt tot gedrag dat strekt met de afweer, vertonen
we gedrag/gedachten die niet passen bij de afweer waardoor het ons terugbrengt tot de pijn in
het kindbewustzijn.
3.4 Waarom afweer omker en?
Doelen omkeer van de afweer:
1. toegang krijgen tot de oude pijn
2. de illusie loslaten die volgt uit de identificatie met de afweer
Afkeer moet consequent & structureel omgekeerd worden, zodat het brein geen tegenstrijdige
info krijgt totdat de illusie echt over is. Als je de afweer niet omkeert, voed je hem.
Onderscheid voelen tussen afweer en oude pijn: Een plotselinge toeof
afname van
spierspanning in de harde, beschermende lichaamsdelen (bv in rug, nek, hoofd, ledematen)
duidt op activering van de afweer. Daarentegen wijst een gewaarwording in de zachte, nietbeschermde
lichaamsdelen (keel, borst, hart, maag, buik, bekken, etc) op oude pijn die is
geraakt en voelbaar is geworden.
3.5 Fysiologie van de afweer
33 e e llaaaagg:: OOnnttkkeennnniinngg vvaann bbeehhooeefftteenn
22 e e : : VVaallssee hhoooopp 22 e e: : VVaallssee mmaacchhtt
11 e e llaaaagg:: PPrriimmaaiirree aaffwweeeerr
Angst
Muur van ontkenning
De afbeeldingen laat zien hoe de lagen van afweer werken. De 2 e laag (VM, VH) afweer
beschermt tegen de pijn van de 1 e laag. De 3 e laag (OvB) beschermt tegen de pijn van de 2 e
laag.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 8/17
In bovenstaande figuur zie je welke laag van afweer met welk gedrag en hormonen
correspondeert.
De catecholaminen (VM, VH) verhogen de lichaamsspanning en het energieniveau:
bloeddruk stijgt, hartslag gaat omhoog, we zijn klaar om te vluchten of te vechten.
De corticosteroiden (PA) verlagen de bloeddruk en spierspanning, we voelen ons slap,
apathisch en lusteloos, we geven op en voelen ons machteloos.
Welke hormonen geactiveerd worden lijkt afhankelijk te zijn van de situatie: als we een
uitdaging aan lijken te kunnen, maken we (nor)
adrenaline aan en gedragen ons actief. Als de
uitvoering toch niet lukt, dan kunnen we overschakelen op een andere hormoonketen en een
passieve oplossing zoeken door het aanmaken van corticoseroiden.
Met welke stof de 3 e laag gepaard gaat (OvB) is niet duidelijk, waarschijnlijk verdovende
stoffen als endorfinen.
3.6 Her komst van de afweer
Ieder mens heeft een andere rangorde van de mate waarin we de verschillende afweersoorten
gebruiken. Dit lijkt op vier factoren beïnvloed te worden:
1. Sekse: mannen gebruiken vaak VM of OvB, vrouwen vaak VH, PA of angst. Dit is
enigszins verandert door de emancipatie van vrouwen. Dit komt door wat de maatschappij
verwacht, en ook doordat mannen een hogere testosteronspiegel hebben
(agressieopwekkend) en vrouwen een hogere oestrogeenspiegel (emotionele hechting en
verbinding opwekkend). Vrouwen maken ook minder adrenaline aan dan mannen bij een
vluchtof
vechtreactie. Vrouwen lijden ook vaker aan depressies, een symptoom van een
verhoogde cortisolproductie.
2. Temperament waarmee we geboren worden. (meer temperament: VM, minder: VH/OvB)
3. Modelling: het kind neemt het afweergedrag van de ouders over (imitatie). Wat we als
kind hebben meegemaakt en verdrongen, is waar we in het heden bang voor zijn. Zonder
het te beseffen, maken we ons zelf schuldig aan het gedrag waar we als kind onder
hebben geleden (door imitatie).
4. De aard en ernst van de mishandeling in de jeugd:
Kinderen
die weinig complimentjes kregen/ het altijd perfect deden, ontwikkelen vaak
OvB.
Kinderen
die af en toe op aandacht/ beloning konden rekenen, ontwikkelen eerder VH.
Hoe
meer straf, intimidatie en mishandeling, hoe sterker de OvB om niet te hoeven
voelen. Daardoor kan het kind uitgroeien tot crimineel, psychopaat of een op zichzelf
gericht mens.
Een
vaak vernederd kind dat aan zijn lot wordt overgelaten en wordt vertelt dat het
“niets kan/ niet deugt”, zal PA ontwikkelen. Door een grotere aanmaak van cortisol is
er een grotere kans op latere depressies. Ouders kunnen kinderen dus beter
aanmoedigen in hun doen en laten, zodat ze actiegerichte stresshormonen anamaken.
3.7 PRI regressies: misverstanden en het belang
Doel regressies: door het ophalen van emotionele herinneringen in een regressie wordt de
herinnering beschikbaar voor bewerking in het zogeheten werkgeheugen. De emotionele
herinnering wordt gekoppeld aan een narratieve context (de oude realiteit). Vervolgens
ervaren we de pijn en feiten als oud, voorbij en niet meer bedreigend. Hierdoor vindt
heropslag plaats: de herinnering wordt bijgesteld iedere keer dat ze wordt opgehaald. Daarom
is het ook van belang door te dringen tot het diepste niveau van de oude pijn zonder die af te
dekken door het verleden te veranderen. Afweer werkt eigenlijk ook als een soort heropslag,
maar dan in negatieve zin.
3.8 Gedisidentificeer d voelen van oude pijn
Geïdentificeerd voelen: jezelf laten overspoelen door oude pijn. Doordat de ervaring zo
pijnlijk is roept het weerstand op en wordt de oude ervaring niet volledig toegelaten.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 9/17
Gedisidentificeerd voelen: jij omvat het gevoel, waardoor je het gevoel zonder enige
weerstand toe kunt laten. Je reageert niet op de pijn die naar boven komt? het voelt eerder als
het toelaten van een lang belemmerde stroming. Dit doe je alleen met oude pijn!
Oefeningen om het vermogen gedisidentificeerd te voelen te ontwikkelen:
verplaats
je naar de buitenkant of de periferie van een object of verschijnsel
o waar zit het gevoel?
o hoe groot is het gebeid dat het daar in beslag neemt? Welke vorm?
o wat zijn de kenmerken van het gevoel?
Oefen
de techniek op lichamelijke gewaarwordingen die je zelf hebt veroorzaakt
Hoofdstuk 4: Primaire afweer
In het 2 e levensjaar ontwikkelt het kind een zelfbewustzijn. Vanaf dan kan de PA zich
ontwikkelen. Baby’s zijn afhankelijk van anderen. Wanneer hun behoeftes niet vervuld
worden, beschermt het kind zich tegen de levensbedreigende waarheid door te denken dat het
die behoeften zelf moet kunnen vervullen – en daardoor krijgt het negatieve gedachten over
zichzelf die impliceren dat er iets mis met hem is.
4.1 Hoofdkenmer ken
PA: alle gedachten en gevoelens die inhouden dat er iets mis is met ons. Er zijn 3 categorieën:
1. Gedachten dat we niet deugen
2. Gedachten dat we schuldig zijn aan iets
3. Gedachten dat we iets niet kunnen
Deze gedachten gaan gepaard met de diepe overtuiging en ervaring dat we zo echt zijn. Dit
gaat altijd gepaard met zware gevoelens van machteloosheid, uitzichtloosheid, hopeloosheid,
depressie en apathie – niets heeft zin: passiviteit. Er worden corticosteroiden aangemaakt.
4.2 Extremen: Pr imaire afweer en depressie
PA komt overeen met klinische depressie. (zie blz 119). Het leven is een lijden. Onderzoek
laat zien dat vroege trauma’s invloed hebben op de werking van de HPAas.
Een overactieve
HPAas
kan leiden tot een te snelle en hoge afgifte van cortisol (wat tot depressies kan
leiden). Positieve raad van anderen helpt niets bij mensen met een depressie, aangezien het
gaat om oude pijn. Het richten op ons functioneren in het hier en nu is dus tevergeefts.
4.3 Extremen: Seks en de pr imaire afweer
Observaties uit de klinische praktijk leren dat slecht een kleine minderheid mensen een
bevredigende seksuele relatie heeft met de partner (20%). De meerderheid is ontevreden met
het gebrek aan passie en lage frequentie.
Erectiestoornissen:
mannen kunnen door PA het gevoel hebben geen goede minnaar te zijn
en niet te voldoen aan de verwachtingen van de partner. Resultaten: erectiestoornis,
voortijdige zaadlozing, angst voor het voorspel, bang om de partner seksueel te benaderen.
Uitblijven
van orgasme: vrouwen kunnen door PA het idee hebben dat ze het niet waard
zijn om seksueel lang aandacht aan te besteden, met als gevolg dat ze zelden een orgasme
ervaren aangezien ze niet uitkomt voor haar eigen wensen en behoeften en de man sneller
voldaan is.
Seksueel
masochisme: hier kunnen mensen die langdurig als kind mishandeld zijn aan
lijden. Zij kunnen moeilijk opgewonden raken wanneer het fysieke contact geen element
van vernedering bevat, omdat hun seksualiteit door de jeugdervaringen is gekoppelt aan
PAgevoelens.
4.4 Voorbeelden van pr imaire afweer
Enkele voorbeelden: niemand kan van me houden, ik heb vast weer iets fout gedaan, ik ben
zondig, ik ben een waardeloze sukkel, het lukt me nooit, ze willen me er vast niet bij hebben,
ik ben een slechte zoon, dat overkomt mij ook altijd, niets werkt bij me, ik ben niet
interessant, etc
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 10/17
Schaamtegevoelens vallen ook onder primaire afweer (niet deugen). Schaamtegevoelens
komen vaker voor bij oudere mensen, omdat die onder striktere normen en waarden zijn
opgevoed en dus eerder over grenzen treden.
4.5 Extremen: Zelfmoor d en pr imaire afweer
Er is een hoge correlatie tussen zelfmoord en depressies, die voorkomen bij mensen die
zichzelf het leven niet waard vinden, gevoelens van schuld en nietswaardigheid hebben. PA
kan zelfdestructief gedrag teweeg brengen door zelfhaat, met als extreem voorbeed
zelfmoord.
4.6 De uitgang van de doolhof van de pr imaire afweer
1. Herkennen van de primaire afweer: observeer jezelf kritisch.
2. Ontmaskeren als een illusie: besef dat de gedachten en gevoelens onwaar zijn.
3. De primaire afweer afserveren: bedankt de afweer voor zijn rol vroeger, en
visualiseer hoe het verdwijnt.
4. Terug naar het symbool gaan: spoor het symbool op door je af te vragen wat er vlak
voordat de nare gevoelens opkwamen is gebeurd? de symbolische situatie.
5. De angel in het symbool opsporen: De angels is dat deel van het symbool dat een
directe reflectie is van de oude verdrongen werkelijkheid. Op het moment dat we de
angel bewust op het spoor komen, voelen we dat (bv verdriet). We vinden de angel
door vrijelijk te associëren wat ons nou het meest heeft geraakt in de symbolische
situatie tot er een gevoelige snaar wordt geraakt die je in het lichaam vaak voelt als
spanning of verdriet. Pas op dat je niet in PA schiet (bv denken: het raakt me dat het
mijn eigen schuld is). Stel de vraag: wat heb ik nodig als ik me zo voel?
6. De angel uitvergroten: stel je de situatie zo afschuwelijk mogelijk voor, zodat je de
oude pijn sterker naar boven voelt komen. Realiseer je dat de gedachten en gevoelens
niet van toepassing zijn op het heden.
7. De oude pijn toelaten: wanneer je je op de angel concentreert en die uitvergroot, merk
je dat de oude pijn als vanzelf weer omhoog komt. Er kan dan spontaan een
verbinding met het verleden naar boven komen, laat die toe. Pas op voor de valkuil
van de primaire afweer: verwar de pijn van de PA (ik deug niet) niet met oude pijn
(wat je nodig had en niet hebt gekregen). De PA is een illusie, die wel een soort
spiegelbeeld is van de oude realiteit. (Vb: PA = ik ben dom, realiteit = het kind kreeg
vaak te horen dat het dom was).
4.7 PRI als symbool dat PA oproept
Als PRI als symbool de PA activeert, zul je gedachtes hebben als: “PRI is te moeilijk voor
me”, “PRI werkt niet bij mij, ik kan het toch niet”.
Hoofdstuk 5: Valse hoop
De valse hoop zit in de tweede afweerlaag en beschermt ons tegen de pijn van de PA.
5.1 Hoofdkenmer ken
De kenmerken van VH zijn:
Valse
hoop geeft een korte termijn goed gevoel: “als ik dit (niet) doe, dan krijg ik wat ik
nodig heb.” “Als ik mijn best doe om aan de verwachtingen te voldoen, zal ik krijgen wat
ik nodig heb”.
VH
gaat gepaard met een sterke overtuiging en een enorme drive ons in te zetten voor het
doel, en soms met hele positieve gevoelens dan wel grote spanning, een gevoel van
urgentie.
Uiteindelijk
mislukt de poging altijd, en verval je weer in een onprettig gevoel.
VH is een illusie: eigenlijk ligt het aan de ouders of het kind krijgt wat het nodig heeft, en niet
aan de eigenschappen of het gedrag van het kind zelf. De onvervulde behoeftes van ons als
kind kunnen in het heden niet meer vervuld worden.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 11/17
5.2. Voorbeelden van valse hoop
Veel voorbeelden van VH hebben de vorm: “als ik …., dan ….”. Bv: als ik nog harder werk,
zal mijn baas me belangrijk vinden. Als ik hem zijn zin geef, zal hij me aardig vinden. Als ik
het perfect doe, zal iedereen tevreden zijn.
5.3 Stressziekten
Stressziekten
zijn bv: hyperactiviteit, overspannenheid, burnout,
RSI, fybromyalgie,
chronische slapeloosheid, autoimmuunziekten
etc.
Bij dit soort stressziekten
zijn mensen te lang in de ban geweest van de VH. Ons systeem
wordt tot hoge activiteit aangezet (veel adrenaline) die niet wordt afgeremd wanneer het
gevaar is geweken. Het is een soort vluchtreactie: door er veel energie in te stoppen, hopen we
te voorkomen dat er iets gebeurt waar we bang voor zijn. Er zit een onderstroom van angst in.
Door de hoge mate van adrenaline gaan we nog meer doen, worden vermoeider en maken nog
meer adrenaline aan. Hoe hoger de adrenalinespiegel, hoe moeilijker om tot rust te komen en
een nieuwe energievoorraad op te bouwen, totdat we een burnout
of zoiets krijgen.
Praktische adviezen bij stress:
1. beperk je inspanningen tot max. 1 dagdeel per dag.
2. las 1 a 2 korte slaapjes in 30 tot 60 min per uur gedurende de dag. Pas buikademhaling toe.
3. Elke dag wat buitenbeweging.
4. Ontmantel je valse hoop.
5.4 Dwangmatig gedr ag of dwanggedachten
Dwangmatigheden hebben de drie kenmerken van valse hoop:
als
ik maar dan… vorm
gevoel
van zeer hoge urgentie en levensbelang
het
gedrag zelf leidt nooit tot blijvende rust
Vaak wordt de dwang gevoed door doodsangst “als ik dit niet doe, gaat er iets vreselijks
gebeuren”. Dat vreselijke is iets wat al gebeurd is? de levensgevaarlijke waarheid waar het
kind aan heeft blootgestaan.
5.5 Piekeren, malen en slapeloosheid
Door te piekeren probeer je iets op te lossen, wat toch niet lukt.
5.6 Hulpverlenerssyndroom
Mensen die hun hulp aan anderen opdringen. Vaak zijn dit type mensen in hun jeugd
slachtoffer geweest van parentificatie: wanneer zij de rol van de ouder overnemen van hun
ouder(s) en de ouder(s) in de kindrol gaan zitten. Een soort emotionele incest.
Iemand die lijdt aan hulpdwang is ervan overtuigd dat wat hij te bieden heeft heel belangrijk
is voor de ander en dat de ander desnoods geholpen moet worden dat in te zien. Als de ander
niet blij is met de hulp, raakt de gever op den duur opgebrand of boos.
5.7 Seks en valse hoop
verliefdheid:
voor een korte periode denken we dat een persoon precies alles is wat we ooit
zochten, en op een gegeven moment is dat uitgewerkt.
dwangmatige
fantasieën, pornogebruik, prostitueebezoek, anonieme seks, obsessie met seks:
stel jezelf de vraag wat het kernthema van de opwindendste fantasie is. Dit geef t een
aanwijzing over de oude onvervulde behoefte die eraan ten grondslag ligt.
5.8 De uitgang van de doolhof van de valse hoop
1. Herkennen van valse hoop: let op welk gedrag aan de drie kenmerken voldoet (als…
dan, gevoel van grote urgentie, uiteindelijke mislukking).
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 12/17
2. Stopzetten van het valsehoopgedrag terwijl je blijft voelen: zet het gedrag dat erbij
hoort stop/ vertoon het niet, en voel wat dat met je doet.
3. De valse hoop formuleren: beantwoord de vragen: “waar hoop ik op met het gedrag
dat ik nu heb gestopt? Waar ben ik bang voor nu ik met dat gedrag gestopt ben?”
4. De valse hoop laten instorten: laat in gedachten bewust je angst uitkomen en stel je
voor dat het doel van je valse hoop nooit bereikt zal worden.
5. De oude pijn toelaten: door het laten instorten van je hoop en het laten uitkomen van
je angst zal de oude pijn al snel omhoog komen.
Let ook hier op de valkuil van de PA: wanneer je gevoelens je eigen falen betreffen het je
niet met je oude pijn te maken maar met PA.
Hoofdstuk 6: Valse macht
Deze laag vormt met VH samen de 2 e afweer laag als buffer tegen PA.
6.1 Hoofdkenmerken
Gedachten
waarbij je de ander op de een of andere manier veroordeelt (hij deugt niet)
De
koppeling van deze gedachten aan emoties variërend van lichte irritatie tot grote
razernij
Het
gevoel het slachtoffer te zijn van iemand anders streken of aan gevoelens van
superioriteit tegenover de ander
Dus: je denkt dat de ander het verkeerd doet, en jij gelijk hebt en beter zijn. VM maakt het
moeilik in te zien dat we wel eens ongelijk zouden kunnen hebben, danwel een
verzoeningsgebaar te maken.
Woede is een aanwijzing dat er oude pijn in het spel is. Als er sprake is van een fysieke
bedreiging dan is woede een adequate reactie (om stresshormonen aan te maken om te
vechten). Je ongenoegen uitspreken is trouwens iets anders dan woede laten zien.
6.2 Voorbeelden van Valse Macht
Voorbeelden zijn woede, razernij, cynisme, oordelen over anderen (hoofddoekjes zijn
belachelijk, nietkatholieken
gaan naar de hel), jaloezie.
6.3 Borderlinestoor nis
Mensen met een bordelinestoornis, hebben een sterk wantrouwen tegenover anderen. Vanuit
die angst vertonen ze heftige schommelingen in hun gevoelens. Vanuit de angst stellen ze
anderen voortdurend op de proef om hem te laten bewijzen betrouwbaar zijn.
6.4 Manische episoden
Iemand met een manische episode heeft het gevoel alles te kunnen, almachtig te zijn. Het is
vaak een tijdelijke opheffing van de pijn van de depressie (PA) maar stort later weer in.
6.5 Seks en valse macht
Kritiek
hebben op je partner tijdens het vrijen (uiterlijk/ zijn wensen/ zijn gedrag).
Seksueel
sadisme: genot dat samenhangt met domineren, verderen of straffen. (Vaak
mensen die hier in hun jeugd onder hebben geleden).
6.6 De uitgang van de doolhof van de valse macht
1. Herkennen van de valse macht: irritatie/woede/razernij. Het moeilijk is te erkennen
dat woede afweer is, aangezien we geloven dat ons iets in het heden is aangedaan.
2. De valse macht niet uiten of stoppen met het uiten ervan: uit je woede niet, maar wees
stil en voel wat er gebeurt.
3. De angel opsporen en uitvergroten: vraag je af: “wat stoort mij het meest aan zijn
gedrag?” beantwoord dit vanuit je gevoel en niet je ratio. Als je de angel hebt
gevonden, voel je dat aan je lichamelijke reactie, er wordt verdriet geraakt. Vergroot
het.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 13/17
4. De aandacht van het symbool losmaken en op jezelf richten: vraag je af: “hoe is het
om zo behandeld te worden? Hoe voelt het? Wat doet het met mij?”
5. De oude pijn toelaten: laat de pijn toe op een gedisidentificeerde manier.
Hoofdstuk 7 Ontkenning van behoeften
Ontkenning van behoeften (OvB) is de 3 e afweerlaag en het moeilijkst om aan te pakken,
omdat mensen die deze afweer gebruiken denken geen (grote) problemen te hebben. Deze
mensen gaan zelden in therapie en komen zeer rationeel en beheerst over en zijn goed in
relativeren.
OvB houdt ons de illusie voor dat we niets nodig hebben, niet kwetsbaar zijn en er niets aan
de hand is. Het beschermt ons tegen de pijn van de oude onvervulde behoeftes die we hadden.
7.1 Hoofdkenmer ken
Er
is niets aan de hand, alles kan wachten, (bijna) niets is urgent of belangrijk. Dit leidt
tot uitstellen, vermijden en vergeten.
Werkelijke
passie en emotionele intimiteit ontbreken (emotioneel verdoofde staat).
De personen hebben vaak weinig levensenergie, een laag stressen
arousal niveau, voelen
weinig fysieke pijn, kunnen fysiek onhandiger zijn. Vaak hebben deze mensen 1 geïsoleerde
fobie die als een soort ventiel van de hogedrukpan functioneert.
7.2 Voorbeelden van ontkenning van behoeften
Vb: uitstelgedrag, vermijdingsgedrag, emotionele vlakheid, geen hulp nodig hebben, er niet
mee zitten, niemand lastig willen vallen
7.3 Verslavingen
Verslavingen helpen om niet te voelen wat we anders wel zouden voelen en ondersteunt in de
in stand houding van de verdoving (drank, tabac, drugs, eten, tvkijken,
gokken, seks, sporten,
etc) en creëren de illusie dat we krijgen wat we nodig hebben en onze basisbehoeften kunnen
vervullen. De fysiologische afhankelijkheid is vaak niet zo moeilijk te doorbreken, maar de
geestelijk afhankelijkheid wel. Vaak hebben verslaafde mensen in hun jeugd te maken gehad
met verwaarlozing en misbruik.
7.4 Boulimia en anorexia
Boulimia is een eetverslaving: je extreem vol eten en dan over te geven.
Anorexia is de verslaving van het “niets nodig hebben”. Dit is ernstiger dan boulimia omdat
bij boulimia tenminste nog een behoefte gevoeld wordt.
7.5 Seks en ontkenning van behoeften
Geen of weinig zin in seks. Seks kan op zichzelf symbolisch zijn, omdat je nare dingen hebt
meegemaakt die boven komen als je gaat vrijen. De omkering is om bewust seksueel contact
op te zoeken en te voelen wat er met je gebeurt. Als de pijn sterk naar boven komt, stop dan
en concentreer je op het gevoel. Minder zin in seks kan te maken hebben met angst voor
overgave, zeker als mensen graag alles onder controle houden. Vaak hebben deze mensen in
hun jeugd veel kritiek verduurd en hoge eisen gesteld gekregen.
Dwangmatige
masturbatie: als middel tegen de bestrijding van gevoelens van eenzaamheid
en verveling
7.6 De uitgang van de doolhof van ontkenning van behoeften
Voordat je de stappen kunt nemen, moet je in staat zijn iets te kunnen voelen in je lichaam.
1. Herkennen van de ontkenning van behoeften: wanneer je rustig en lauw reageert op een
situatie waar anderen wel emotioneel op reageren. Sleutelwoorden: niet urgens, niet
belangrijk, alles prima, vermijden, uitstellen, relativeren, bagatelliseren, geen
enthousiasme/creativiteit/inspiratie/passie/levensenergie, geen haast, niet onthouden
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 14/17
2. Het symbool en de angel opsporen: vragen die je kunt stellen “wat probeer ik te
vermijden?”, “wat zou me kunnen raken in deze situatie?”.
3. Concentreren op de angel
4. Omkeren van ontkenningvanbehoeftengedrag:
stop het eventuele gedrag dat je zou
hebben vertoond, en doe het tegenovergestelde. (dus bij PA en OvB doe je het
tegenovergestelde, bij VM en VH doe je meestal niets).
5. Concentreren op je lichaam: voel wat het met je doet terwijl je het gedrag omkeert
6. Behoefte opsporen: vraag je af wat je nodig hebt.
7. De oude pijn toelaten
Nog een tip: stop met alle dagelijkse dingen die je doet om je prettig te voelen zoals: muziek
aanzetten, lezen, tvkijken,
koken, eten, drinken, sporten, opruimen etc. Verken wat jij elke
dag doet om jezelf af te leiden van je gevoel en stop ermee. Maak een lijst met alles wat je
doet om niet te voelen door je af te vragen welke dingen een openend effect hebben en welke
dingen een afsluitend of dichtslibbend effect op je gevoelens.
7.7 PRI en ontkenning van behoeften
Als OvB PRI raakt heb je het idee: “als ik weet dat het oud is, hoef ik het gevoel niet meer te
voelen.”. Maar je zit nog niet in je duaalbewustzijn
als je oude pijn niet hebt doorvoeld.
Hoofdstuk 8. Angst
8.1 Angst als afweer
Angst manifesteert zich in PRI vaak als angst om afweer om te keren en angst om oude pijn
toe te laten.
Sommig angsten zijn reëel, maar vaak gaat het alarmsysteem ten onrecht af. Angst is een
mechanisme dat functioneert bij gratie van snelle en nietrationele
informatieverwerking en
een direct aanzetten tot actie om
te overleven.
Angst is altijd afweer en niet de oude pijn zelf. De essentie van angst is namelijk hoop dat je
kunt voorkomen/afwenden waar je bang voor bent: we maken stresshormonen aan om te
vluchten. Als vluchten niet meer kan, verliest angst zijn functie, en is verdoving op zijn
plaats. Angst is een soort schrikdraad tussen de muur van ontkenning en oude pijn: het 1 e
mechanisme waarmee het kind zich tegen de waarheid beschermt. Angst is dus niet iets om
uitgebreid te gaan voelen alsof het om oude pijn gaat, maar het betekent wel dat je dichtbij de
oude pijn zit. Mensen die nauwelijks angst voelen zijn dikwijls erg verwijderd van contact
met oude pijn.
8.2 Paniekaanval
Symptonen van een paniekaanval: ademnood, pijn op de borst, misselijkheid, duizeligheid,
trillen/beven, hartkloppingen, transpireren, derealisatie, depersonalisatie, angst, koude
rillingen (als het plotseling ontstaat en binnen 10 min piek bereikt)
8.3 Agorafobie
Dit is angst om op een plaats of situatie te zijn van waaruit ontsnappen moeilijk of gênant kan
zijn of waar geen hulp beschikbaar zou zijn indien ment een onverwachte paniekaanval zou
krijgen. Dit hoort bij specifieke situaties (bv alleen buiten zijn, op een brug staan, in een
vliegtuig zitten etc). Het komt vaak voor bij mensen die in hun eugd geen hulp kreeg wanneer
het dat nodig had, en het niet kon ontsnappen uit de situatie.
8.4 Specifieke fobie
Duidelijke en aanhoudende angst die overdreven of onterecht is en die uitgelokt wordt door
een specifiek voorwerp of situatie, die je vervolgens vermijdt of alleen met hevige angst kunt
doorstaan. Types: diertype (bv spinnen), natuurtype (bv stormen), bloedinjectieverwondingtype
(bv zien van wond), situationeel type (bv tunnels). Vaak ligt er een verband
met een gebeurtenis in de jeugd en de angst.
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 15/17
8.5 Sociale fobie
Een duidelijke en aanhoudende angst voor situaties waarin men sociaal moet functioneren of
iets moet presteren en waarbij men blootgesteld wordt aan onbekenden of een mogelijk
kritische beoordeling door anderen. Je bent bang dat je je op een manier zult gedragen die
vernederend of beschamend is. Vaak bij mensen die zeer kritische en veeleisende ouders
hebben gehad, die niet accepteerden dat het kind iets fout deed.
8.6 Psychose, schizofrenie en wanen
Bij een psychose en schizofrenie is er een verstoord contact met het nu. Wanen (dingen
denken en geloven die er absoluut niet zijn in het hier en nu) en hallucinaties (dingen
werkelijk zien en horen die er absoluut niet zijn in het hier en nu) vormen een groot deel van
de waarneming bij schizofrenie, zo niet de gehele waarneming bij een psychose. Iemand die
lijdt aan wanen, maar niet psychotisch of schizofreen is, heeft in principe wel contact met het
heden, maar dat contact wordt af en toe verstoord wanneer het wanen optreedt.
De kern van psychosen, schizofrenie en wanen is terug te voeren op het thema bedreiging. In
de psychose voelt iemand zich direct persoonlijk bedreigd of is de bedreiging gericht op
anderen of de wereld in haar geheel, die dan bijvoorbeeld gered moet worden door de
psychotische persoon. Mensen met schizofrenie menen overal bedreigingen waar te nemen,
voelen zich zelden veilig, zijn ervan overtuigd dat ze moeten verhuizen of emigreren om te
ontsnappen enzovoort. De angst is een directe echo die voorkomt uit bedreiging in het
verleden. Gebeurtenissen in het leven van hele jonge kinderen die niet traumatisch lijken,
kunnen toch erg traumatisch zijn en voor angststoornissen zorgen later in het leven.
8.7 Dissociatie
Dissociatie houdt in dat er een plotselinge en onvrijwillige verbreking van het contact met het
gevoel optreedt. Wanneer de angst te groot wordt en er geen hoop meer is te ontsnappen,
wordt de toestand van opwinding omgezet in een soort verdoofde toestand. Dissociatie redt
ons van het voelen van onvermijdelijk lijden.
Als trauma’s zo ernstig zijn kan een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) zich ontwikkelen:
de aanwezigheid van meerdere identiteiten (KB’s).
8.8 Omkeren van angst
De omkering van angst betekent dat je datgene doet waar je zo bang voor bent. Behalve
wanneer dit ernstig fysiek gevaar of groot financieel nadeel oplevert. Het moment waarop
omkering van je angst je in contact brengt met oude pijn ligt dikwijls niet tijdens of na de
omkering van het gedrag, maar juist daarvoor.
De zes stappen:
1. Herkennen van angst als afweer.
2. Vraag je af: wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren?
3. Stel je voor dat dat gebeurt (doe je ogen dicht en vorm je een beeld van je ergste
nachtmerrie).
4. Voel welk gevoel dit in je oproept.
5. concentreer je op dit gevoel (de oude pijn), geef het alle ruimte
6. doe waar je bang voor bent/was, nadat de oude pijn is weggeëbd.
Hoofdstuk 9 De cir kel van afweer
Naast het effect van elke afweer afzonderlijk, die het al moeilijk maken door de illusie heen te
prikken, ondersteunt ook de interactie van de verschillende afweervormen elkaar. Als de ene
illusie instort, komt de andere tevoorschijn.
9.1 Overstappen van de ene afweer op de ander e
Een voorbeeld is: PA naar VH, OvB, PA, VM:
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 16/17
Klaas heeft een functioneringsgesprek en denkt dat zijn baas hem niet waardevol vindt, omdat
hij geen toegevoegde waar kan ontwikkelen. (PA). Ter voorbereiding op het gesprek gaat
Klaas alle rapporten van het afgelopen jaar doorlezen, en bedenkt alle antwoorden op
mogelijke vragen. (VH). Klaas komt hartstikke moe en bleek op het gesprek, waar zijn baas
tevreden is over hem en hem vraagt waarom hij er zo slecht uit ziet. Er is niets aan de hand,
vindt Klaas, maak je maar geen zorgen. (OvB). Thuisgekomen is Klaas kwaad op zichzelf dat
hij zijn afweer niet heeft herkent, dat hij ook niets terecht brengt van PRI. (PA). Uit frustratie
gooit hij de kat ruw van zijn schoot, stom beest, laat me met rust (VM).
9.2 Criter ium voor het omkeren van afweer
Als je omkering niet heeft geholpen bij de oude pijn uit te komen (heb je iets voelen trillen in
buik, borst, hart of elders?) kun je ervan uitgaan dat je op een andere afweer bent overgestapt.
Dat geldt ook als je na de omkering angstig bent geworden of de pijn van de primaire afweer
bent gaan voelen.
9.3 De afweer betr apt in een ther apiesessie
Een uitgewerkte therapiesessie vind je in het boek.
Hoofdstuk 10 Het volwassenbewustzijn
In het VB ontbreken mechanismen die normaliter centraal staan in ons leven: geen afweer,
geen KB, geen symbolen, geen vals zelf.
10.1 De uniciteit van het volwassenbewustzijn
Er zijn drie niveaus: het individuele (elke mens is uniek), het niveau van de soort (wat de
mens verbindt), het transcendente niveau.
De inhoud van ons VB is uniek per persoon en zal samenhangen met ons temperament, onze
talenten, voorkeuren en belangstellingen. Deze factoren zijn ook cultureel en genetisch
bepaald.
10.2 De kenbaar heid van het volwassenbewustzijn
We weten pas wat we zouden doen vanuit ons VB, als we erin zitten. Zolang we in ons KB
zitten, kunnen we dus het beste eerst met onze gevoelens aan de slag, om daarna de situatie
opnieuw te beoordelen en een keuze te maken. Bedenk dat veel situaties kunnen wachten.
10.3 Risico van valse hoop
PRI blijkt snel valse hoop aan te wakkeren. (als ik het goed doe, ben ik snel van de ellende
af).
10.4 De contour en van het volwassenbewustzijn
Het VB wordt gekenmerkt door de afwezigheid van afweer (angst, PA, VH, VM, OvB). Dus:
we vertrouwen erop dat we veilig zijn, we hebben compassie met onszelf, en nemen onze
verantwoordelijkheid, we voelen onze behoeften niet als urgens, we hoeven anderen niet te
veroordelen/beschuldigen, we sluiten ons niet af voor ons gevoel.
Hoofdstuk 11 Ervar ingen van PRIclienten
Zie boek voor ervaringen
Bijlages
Valse hoop en ontspanning:
De ontspanningstechniek van de buikademhaling wordt uitgelegd: adem in door buik, adem
daarna zo lang mogelijk uit, trek je buikspieren zover mogelijk in bij het einde van je
uitademing en pers alle lucht eruit, ontspan dan in een keer je buikspieren.
Valse hoop en slapeloosheid:
Uittreksel door student TranceArt (www.trance-art.nl) 17/17
Als je aan chronische slapeloosheid lijdt, kun je jezelf op een inspanningsdieet zetten. Beperk
het aantal uren inspanning per dag, en ga 1 a 2 keer per dag 30 tot 60 min. Op bed liggen met
dichte ogen. Doe de buikademhaling. Dit helpt je lichaam te herprogrammeren en voorkomt
dat de stresshormoonspiegel boven een bepaald niveau uitkomt.
Als je een structurele ontregeling van je slaapritme hebt, moet je je aan drie regels houden:
1. ga pas naar bed als je echt moe bent.
2. ga nooit voor 23.00 uur slapen.
3. sta altijd om 7.00 uur op.
Begrippenlijst in het boek:
Adrenalinecirkel, afweer, amygdala, duaalbewustzijn,
emotioneel label, gevoelens,
hippocampus, HPAas,
Kindbewustzijn,
neocortex, omkeren van afweer, omkeren van
gedrag, onderdrukken, ontkenning, ontkenning van behoeften, oude onvervulde behoeften,
oude pijn, primaire afweer, stresshormonen, symbool, trigger, valse hoop, valse macht,
verdringing, volwassenbewustzijn.