DE KUNST VAN HET STERVEN

DE KUNST VAN HET STERVEN (Bron: Orde der Verdraagzamen 1960)

"Wanneer een mens wordt geboren, begint hij te
sterven." Dat is niet van mij. Het is een citaat. In feite
is het waar. Vanaf het ogenblik dat een mens op de
wereld komt en in de stof begint te vertoeven werkt
alles in zijn bestaan naar die grootse maar door velen
zo gevreesde climax toe die men dood noemt. De
dood is als het ware de bekroning van het stoffelijk
leven.

De dood wordt echter gevreesd; men is er bang
voor. Die angst komt o.m. voort uit het feit, dat hetgeen
met de dood in verband staat en wat daarna komt
voor de mens terra incognita is. Ook zien wij dat de
dood velen onwelkom is, omdat zij menen buitengewoon
belangrijk te zijn en nog zoveel taken niet te
hebben afgemaakt. Er moet echter in het leven een
doel zijn. Dat doel culmineert klaarblijkelijk - evenals
het leven zelf - in de overgang, het sterven. Wanneer
de mens aan een belangrijk deel van zijn leven begint
(of dit nu een huwelijk is, een contract of de opname
in een genootschap) dan zien wij altijd, dat hij dat
plechtig doet en dat hij zich daarop in zekere mate
voorbereidt.

Als u een zakelijke overeenkomst aangaat, dan getroost
u zich de moeite eerst na te gaan in hoeverre
die overeenkomst juist is en wat u daarmee kunt doen.
Als u een examen zal worden afgenomen, gaat u
eerst studeren opdat u de examenstof machtig zult
zijn. Het is dan ook vreemd, dat zo weinig mensen
aandacht wijden aan de dood, die mij dunkt toch
een van de belangrijkste en tevens onvermijdelijkste
factoren in het menselijk bestaan is.

Wat zijn de kentekenen
van de dood? In de eerste plaats: het lichaam
houdt op te functioneren. Tijdens dit nietfunctioneren
blijft de geest (het bewustzijn) aanwezig.
Wanneer na verloop van tijd o.m. de banden met het
zenuwstelsel eindelijk verbroken zijn, komen wij tot een
toestand waarin een deel van het wezen (het lichaam)
niet functioneert, terwijl daarnaast een
ander deel (het bewustzijn of de geest) nog wel
functioneert.

Als wij de gebruiken bij de dood bezien,
dan ontdekken wij dat men over het algemeen de
dode uit de gemeenschap der levenden verwijdert.
Men doet dit door begraven, balsemen, verbranden,
aan water overleveren e.d. Voor het dode lichaam is
geen plaats meer in de gemeenschap der mensen.
Als we zien hoe het na je dood gaat,dan valt op dat
al wat je was na betrekkelijke korte tijd verwaait.
Er blijven maar kleine herinneringen over. Je bezit
wordt verdeeld. De genegenheden, die eens de
jouwe waren, blijven vaag en op de achtergrond
misschien bestaan. Maar het leven gaat verder.
Niemand vraagt zich af waar je gebleven bent.
Daarvoor heeft men in het leven geen tijd. Dus mogen
we in de eerste plaats wel stellen, dat het erkennen
van de dood of de overgang als het definitief einde
van het stoffelijke bestaan noodzakelijk is.

Wij moeten ons realiseren dat op elk moment van elke dag, van
elke nacht, ja, elke seconde een leven kan worden
onderbroken en dat dan geen enkele taak meer kan
worden volbracht noch enig denkbeeld verder kan
worden verwezenlijkt. Misschien is het volgende een
wat griezelig voorbeeld. Laten we eens aannemen,
dat er hier of hier in de buurt een atoombom valt. Het
brommen van een vliegtuigmotor, een schok, kort
een felle gloed, een hitte, een kreet van pijn die over
het land klinkt, een schokgolf die huizen in elkaar gooit
............... einde; desnoods van honderdduizend
mensen. Wat blijft er van hen over? Niets. Dat wat zij
op aarde waren is weggevaagd en onbelangrijk.
Laten we hopen dat dit voorbeeld nooit werkelijkheid
zal worden. Maar het feit, dat het reeds op de aarde
heeft plaatsgevonden, toont u hoe onbelangrijk het
leven zelf is, als we de dood buiten beschouwing
laten.

De kunst van het sterven bestaat dan ook wel voornamelijk
in de realisatie dat de dood op elk ogenblik
kan komen. Wij moeten daarvoor geen angst hebben.
Dat de dood op elk ogenblik kan komen, constateren
wij als een feit. Zoals u in een ruimte zonder
klok waarin u de hele dag werkt weet: elk ogenblik
kan de sirene van de fabriek gaan en dan mogen we
naar buiten. Een mens, die meent dat hij de dood
opzij kan schuiven, begaat één van de grootste
dwaasheden die er bestaan. Als wij in ons bewustzijn
de dood niet willen accepteren, wij de overgang niet
willen zien als een culminatiepunt van het leven maar
eerder als een ongewenst einde van onze activiteiten,
dan zullen wij - dat blijkt ons in de geestelijke werelden
zo duidelijk - steeds geneigd zijn terug te keren naar
de stof om te trachten onze problemen daar verder
af te wikkelen en zo door de dood weinig winnen en
veel verliezen.

Wanneer je leeft, zijn er natuurlijk bepaalde dingen
waarvoor je moet zorgen. Soms is dat een bestaande
verplichting, in andere gevallen misschien een taak
die op je hebt genomen. Al die dingen wegen bij de
mens erg zwaar. Zodra wij echter bij de geest komen,
ontdekken we de twee dingen bovenal belangrijk zijn:
In de eerste plaats: elke onmin waarin u leeft zullen
op het moment van de overgang een zeer grote invloed
op u hebben en u voor een lange tijd kunnen
binden. Soms trekken zij u terug naar de stof, in andere
gevallen naar de waanwereld, die men hel
noemt en die niets anders is dan een fantasmagorie
van de meest afzichtelijke beelden die u zich kunt
scheppen, terwijl u in uw eigen gedachten blijft besloten.
In de tweede plaats: het boven alles hangen
aan bezit. U moet niets maar dan ook niets, zelfs geen
mens, zo liefhebben dat u er geen afstand van kunt
doen. U kent allen de spookverhalen: ergens in een
kasteel ligt een schat begraven. Eeuwen achtereen
komt daar een geest aansjokken met een lantaarntje
in de hand en maakt de gasten wakker totdat eindelijk
één van hen de moed heeft mee te gaan. De schat
8


wordt gevonden en de geest verdwijnt. Een spookverhaal,
maar heel wat dichter bij de werkelijkheid dan
u zich kunt voorstellen. Wij hebben gevallen meegemaakt
waarin een vrouw zozeer aan een bepaald
meubelstuk hing dat zij daaraan bleef gekluisterd. Zij
leed onder het feit dat het niet meer zo werd behandeld
als zij dat wenste. Een dergelijke gehechtheid is
uit den boze. We kunnen elk ogenblik heengaan. O,
voor u allen hier aanwezig zijn er misschien nog vele
dagen en misschien jaren van leven beschoren,
maar dat weet u niet.

Neem u voor: "Ik wil geen dag beëindigen met haat
in mijn hart tegen een mens en verzet in mijn hart
tegen God." "Ik wil geen dag maar ook werkelijk geen
enkele dag leven met een werkelijk verzet tegen een
mens." U mag zich tegen toestanden verzetten, dat
geeft niet. Maar zodra het verzet op één wezen, één
mens wordt gericht, dan bindt het u. Tracht voortdurend
daarmee af te rekenen.

Besef, dat u al wat u bezit (en dat houdt even goed
in - ik wil het nog eens
met nadruk zeggen - uw baantje, uw pensioen, uw
geld, uw huis als uw echtgenoot of echtgenote, uw
kinderen, uw familie) kunt verliezen; het is niet van u.
Wen u aan niets als een werkelijk recht of als eigendom
te beschouwen. Geef uw genegenheid en uw
liefde zoveel u wilt, maar geef ze alleen aan dingen
die ze kunnen beantwoorden. Beter dat u een dier
liefheeft dan een commode. Beter dat u een mens
liefhebt dan dat u de hele wereld uw eigendom
noemt en u zich daaraan bindt. Geen enkele liefde
mag echter bezitsrecht zijn. Als wij namelijk aan die
twee feiten gebonden blijven en het ogenblik van
overgang komt, dan zullen we zien dat er een intens
verzet tegen de dood is. Geen verzet dat lichamelijk
en redelijk is, dat zegt: ik wil leven zo lang ik kan, maar
een verzet dat zegt: ik kan de dood niet accepteren.
Hierdoor wordt het lichaam uitgeput en worden
eventuele kansen op voortbestaan in de stof nog
verminderd, terwijl een groot lijden en een grote bitterheid
ontstaan die vaak een lange afzondering voor
de geest betekenen.

Verder weten wij allen dat de dood, wanneer hij komt,
een einde maakt aan ons werk. Gisteren wilden we
nog een wereldrijk stichten, vandaag is er alleen nog
maar het einde. Gisteren nog hebben wij ons voorgenomen
veel goed te doen of goed te maken, vandaag
is er een eind. Onthoudt wel: geen enkele taak
en geen enkele verplichting, die u op u neemt, zijn zo
belangrijk dat zij niet door de dood worden opgeheven.
Op het ogenblik van overgang houden alle
verplichtingen op, behalve die welke in kosmisch
verband bestaan en aan kosmische wetten beantwoorden;
en dat zijn er maar enkele. Ik zal ze u zo
dadelijk noemen. Dan weten we allen dat de dood
door velen wordt gevreesd. Waarom, zo vraag ik u,
zou men het onvermijdelijke vrezen? Als iets onvermijdelijk
is, moet men het aanvaarden. U zult misschien
vandaag zeggen: ja, maar ik ga nog niet dood. Het
is mogelijk. Maar al zegt u dat duizend keer, wanneer
het ogenblik voor u komt, dan gaat u. Aanvaardt het
feit dat, wanneer het werkelijk uw tijd is, de dood komt
zonder enig verzet of als het mogelijk is zonder enige
poging u daaraan te onttrekken, zelfs al zou u daarvoor
de hele wereld en het Al als prijs willen geven.

Dit brengt ons weer tot een regel:
Onthoudt, dat als u in doodsgevaar of stervensgevaar
verkeert elk verzet tegen de dood een verspilling van
lichamelijke krachten is. Het verwekken van vele
mentale moeilijkheden betekent bovendien dikwijls
het aantrekken en het bevorderen van minder prettige
geestelijke invloeden van entiteiten rond u. Indien
u echter uitgaat van het standpunt: niet ik wil sterven,
maar sterven zelf laat mij onverschillig, indien ik slechts
het licht en de inhoud van het leven zelf mag behouden,
dan zult u zien dat als het uw tijd nog niet is uw
lichaam snel geneest en dat er wonderen gebeuren.
U zult ook zien dat als u overgaat deze overgang
geleidelijk is en pijnloos. De worstelingen van het lichaam
worden door de geest niet meegemaakt. Het
bewustzijn zal daardoor dan niet beseffen wat er
gebeurt en in vele gevallen zal het de stuiptrekkingen
van het lichaam door de instandhoudingsdrang
eenvoudig kalmeren.

Wanneer je doodgaat, ben je vaak bang, dat je bepaalde
mensen niet meer zult zien, dat je iets niet
meer zult kunnen doen. Dit kan aanleiding zijn tot
groot lijden in de geest en ook in de stof. Maar de
geest die vrij is kan zeker in de eerste 72 uren na het
werkelijk intreden van de dood zich praktisch overal
manifesteren. Zij kan praktisch nog alle wensen vervullen
die in verband staan met de stof voor zover ze
niet uit zelfzucht en eigenbaat zijn geboren. Zo is er
dus ook in het geheel geen reden om u daarover druk
te maken. U kunt ook niet te laat komen, want u kunt
zelf gaan en het noodzakelijke doen.

Met het voorgaande
heb ik een paar regeltjes gegeven die eigenlijk
niet bepaald de dood en de overgang betreffen
als wel het leven. Het zijn dingen die in je leven moeten
bestaan. Het besef dat je elk ogenblik kunt veranderen
van wereld, het besef dat je je daaraan moet
overgeven, het begrip dat alleen de kosmische
waarden behouden zullen blijven, brengen in het
leven mede, dat je elke dag stoffelijk zoveel mogelijk
zult afmaken als je kunt; dat je altijd zult zoeken naar
het belangrijkste en dat je steeds het belangrijkste het
eerst zult volbrengen; dat je zult voorkomen dat er
tussen jou en een ander strijd en haat blijft bestaan
en dat, als dit dan uiterlijk niet geheel kan worden
opgelost, je tenminste zult zorgen datje innerlijk geen
verbittering tegenover die ander in je draagt.
Hierdoor ben je dus elk ogenblik voorbereid te sterven.
Dat is belangrijk, want niet iedereen kan het ogenblik
van de dood zelf kiezen. Ik heb dat u zo-even duidelijk
gemaakt met het beeld van de atoombom. Er zijn
echter niet alleen atoombommen. Er is voedsel,
oververmoeidheid, een vliegtuig- of auto-ongeluk,
een bananenschil, een ogenblik van duizeligheid,
9


brand, water. Er zijn duizend en één mogelijkheden.
Wij moeten er rekening mee houden dat juist, als wij
in de stof intens en werkelijk willen leven, de dood
voorturend bij ons is.

Onwillekeurig word ik dan genoopt
de Egyptenaren te citeren, die zoals u weet bij
hun feestmalen op een gegeven ogenblik het beeld
van de dood lieten optreden. Dit beeld werd dan
rondgedragen. Geheel juist is dit echter toch niet. De
Egyptenaren deden dit om de vreugde van het leven
te verhogen en niet om de aandacht, op de dood te
vestigen. Het was zoiets van: kijk dat zou je kunnen
worden. Nu heb je de wereld dus geniet ervan. Ik
geloof niet dat ik in die zin tot u behoef te spreken.

Daarom wil ik nu overgaan tot het sterven zelf en al
wat daarbij voor degene die sterft te pas komt. Elke
mens heeft een ander geloof. Soms heb je dat geloof
een leven lang verloochend en word je op je sterfbed
onzeker. Onthoudt dit: : het geeft niet in welke geloofsvorm
u sterft. Wat u in die uren doet of zegt is niet meer
zo belangrijk. Voor de wereld bent u er zo dadelijk
geweest. Maar het is wel belangrijk dat u innerlijk
zekerheid voelt. Ieder die voelt dat hij zich in doodsgevaar
bevindt, zou er m.i. goed aan doen voor
zichzelf voortdurend het beeld van een liefdevolle
God op te roepen, het beeld van het goede dat hij
tijdens zijn leven heeft gedaan, kort en goed het beeld
van het positieve bestaan.

Als u in angst voor de dood
uw zonden gaat opsommen, misschien in een poging
tot een laatste afrekening, dan zult u, mijne vrienden,
daardoor zeer negatief zijn gestemd. Deze negatieve
stemming past dan niet meer. Zij beïnvloedt uw
geesteshouding, want de emoties die daarmede
gepaard gaan zijn zo sterk, dat zij - op het ogenblik
dat stof en geest een zeer grote eenheid bereiken
(dat is voor de meeste mensen van ongeveer drie
kwartier voor de overgang tot ongeveer drie kwartier
na de klinische dood) - juist in die tijd emoties uitzendt
welke voor de geest uitermate verwarrend zijn.

Meent
u dat u schuld hebt of onrecht hebt gedaan, belijd
die dingen desnoods en probeer ze nog te herstellen
voor zover het in uw vermogen ligt, maar wijdt daarna
hieraan geen aandacht meer. Er zijn mensen, die
gaarne zouden willen dat aan hun sterfbed wordt
gebeden. Daartegen is geen bezwaar.

Belangrijk is echter vooral dat u op uw sterfbed - dus
kort voor de overgang - innerlijk harmonisch bent.
Daarom, laat in deze uren datgene rond u zijn wat
voor u een begrip van schoonheid is. Kijk niet naar
een crucifix, als een schilderstuk voor u meer de
ethische waarden van de kosmos of de grote
schoonheid van de schepping weergeeft. Kijk daar
naar. Als psalmen u niets zeggen en een gedicht wel,
vraag dan om het gedicht te doen voorlezen. Span
u verder niet in. Span u niet in om de stoffelijke dingen
te volgen. Wees als een kind dat inslaapt, terwijl vader
een verhaal vertelt. U zult merken dat door deze rustige
houding voor de feitelijke dood en ook zelfs
voordat het werkelijke contact met uw omgeving is
verbroken bepaalde krachten merkbaar worden.

Juist in die rust, in die ontspanning welke dan met de
dood gepaard kan gaan, treedt een versneld contact
op tussen geest en stof en zult u vaak stoffelijk - mede
tot troost van degenen die rond u zijn, meen ik -
kunnen weergeven hoe de vrede, die u voor uzelf in
dit ogenblik hebt weten te wekken, doorklinkt als een
eeuwige waarde en hoe u uit een andere wereld
reeds nu de bevestiging daarvan ontvangt.

Het kan
natuurlijk voorkomen dat men een lange tijd onder
de dreiging van de dood heeft geleefd. Er zijn mensen
met een slepende ziekte of anderen die weten elk
ogenblik kan die laatste aanval, die beroerte, die
hartkramp komen die voor mij het einde zal zijn.
Zij zullen onwillekeurig meer aan de dood denken dan
iemand die meent nog jaren van leven voor zich te
hebben. Maar juist als u voelt dat de dood voortdurend
in uw buurt is, dan is dat een reden te meer om
te leven. U kunt zich niet op het overlijden voorbereiden
door reeds te sterven voordat u dood bent. Het
leven met al wat het u kan bieden is juist dan belangrijk,
mits u daarom de dood niet afwijst.

Wij hebben
ervaringen genoeg opgedaan. Ik mag daar misschien
een paar voorbeelden van geven. Wij hadden
niet zo lang geleden te maken met twee jongelieden.
Ik vermoed dat u hen in de klasse der nozems zou
hebben gerangschikt. Een motorongeluk had een
plotseling einde gemaakt aan hun beider leven. Het
meisje dat achterop zat was onmiddellijk dood; de
jongen kwam nog geen half uur daarna. Nu waren
deze dus vol vitaliteit. Zij hadden zelfs helemaal geen
reden om aan de dood te denken. Dat korte ogenblik
van schrik, zo fel als het was, was niet voldoende om
tot een realisatie van de dood te komen.
Vreemd genoeg echter was er in deze jongelui - wat
naar men zegt meer voorkomt - een zeker fatalisme,
een aanvaarden zonder meer. Wij hebben gezien dat
deze beide typen, die zeker niet geestelijk waren
voorbereid en beiden behoorden tot die jeugdgroep
die protesteert tegen kerk en gezag, betrekkelijk vlot
overgingen zonder strijd, zonder moeite. Verder viel
het ons op dat beiden wel de rekening van hun leven
opmaakten, maar zonder enig berouw, zonder te
zeggen: "Die kans hebben we gemist". Of: "Dat hebben
we niet kunnen volbrengen." Typisch was ook hun
houding: wat nu? Wat kunnen we nu gaan doen? Het
gevolg is geweest dat deze jonge mensen, die op
aarde behoorden tot de lastpakken, in de geest - zij
het dan in de lagere gebieden van het licht - zich toch
zeer snel aan die wereld van het licht konden aan
passen.

Daarentegen heb ik een geval meegemaakt
van iemand die een geestelijke roeping had gevolgd.
Deze mens had een leven van ruim 65 jaren achter
zich dat grotendeels gewijd was aan beschouwingen
over God, het prediken van leer en alles wat erbij
hoort. Deze mens realiseerde zich op zijn sterfbed hoe
weinig hij werkelijk vertrouwde in hetgeen hij had
gepredikt. Hij kwam daardoor in verwarring. Hij zag
vele consequenties van zijn handelingen waaraan hij
vroeger was voorbij gegaan. Het is met heel veel
10


moeite geweest dat wij deze ziel konden redden van
een absolute inkapseling, die duister betekent. Toch
was deze man volgens de mensen een zeer goed
mens geweest; die anderen daarentegen onbenullen
of zelfs aankomende misdadigers. Hieruit blijkt
m.i. wel, dat de houding in het stervensogenblik van
heel groot belang is. Ik wil deze voorbeelden nog
aanvullen met andere.

Wij hebben een geval meegemaakt van iemand, die
bij een grote brand overleed omdat er een balk op
hem viel. Ofschoon de dood intrad 7 minuten na de
val van de balk en bewusteloosheid praktisch na 10
seconden, bleef hij vasthouden aan de voorstelling
van die vallende balk. Het heeft bijna 30 jaren geduurd
voordat we die mens daaruit konden losbranden.
Dat wil zeggen, dat hij 30 menselijke jaren (die
in de geest heel wat langer kunnen zijn) steeds dezelfde
kwelling heeft ondergaan. Hoe dit kwam? Deze
mens meende dat hij door de dood niet kon worden
aangetast; anderen wel, maar hij niet. Hij verzette zich
ten koste van alles tegen het begrip dat hij kon sterven.
Hij wenste niet daarvan gebruik te maken, ook
niet toen hij vanuit onze wereld werd aangesproken
en geholpen. Tenslotte moest hij toch toegeven, maar
dat was buitengewoon pijnlijk. Misschien begint u nu
te begrijpen waarom wij spreken van "de kunst van
het sterven".

De kunst van het sterven, omdat het er niet om gaat
hoe je nu precies overgaat, maar omdat het er wel
om gaat in welke geestesgesteldheid en met welke
inzichten, welke voorbereiding. Ik zal er goed aan
doen om allereerst een korte samenvatting te geven
van al wat o.i. tot de kunst van het sterven behoort;
want het is een kunst.

In de eerste plaats: verwerf voor
uzelf de bekwaamheid om te allen tijde en op elk
ogenblik onmiddellijk afstand te doen van alle dingen.
Oefen u ook in de praktijk. Daardoor zult u de
juiste geesteshouding vinden en zult u ook van het
leven afstand kunnen doen zonder dat dit u geheel
in beslag neemt en blind maakt voor de wereld die
rond u is.

In de tweede plaats: besef dat de dood
een voortbestaan inhoudt. Zo u dit niet kunt geloven,
geloof dan mijnentwege dat het een uitblussing is,
maar weet voor uzelf één ding zeker: sterven (de
overgang) is nooit lijden op zich, het is nooit pijn op
zich. Er kan lichamelijke pijn zijn, maar in de periode
van de overgang zal de geest die niet beseffen en hij
kan daaraan geen deel hebben. Wees niet bang voor
pijn. Probeer ook normaal pijn te overwinnen. Probeer
haar terzijde te zetten ook al valt u dat moeilijk. U zult
daardoor voorbereid zijn op het heldere denken, dat
u juist in het ogenblik van overgang met de vergrote
gevoeligheid van stoffelijk en geestelijk vermogen tot
ontvangst van anderen u onmiddellijk en zonder
schokken doet overglijden naar een andere wereld.

Zorg, dat u in uw hele leven nooit meent voor een
mens, een zaak of wat dan ook onvervangbaar te zijn.
In de eerste plaats: u bent het niet. In de tweede
plaats: deze geesteshouding is een soort trots. Zij
maakt ook van de zaak waarin u werkt of van de
mensen voor wie u leeft een bezit. Dit bindt u. Dit houdt
u terug. Dit maakt het u onmogelijk zo vrij over te gaan
als noodzakelijk is.

Besef dat u altijd vervangen kunt worden. Besef
echter ook, dat zolang u in staat bent uw taak goed
te verrichten u daarin voor uzelf een zekere bevrediging
vindt.

Elke mens heeft dingen in zijn leven die hij
betreurt. Soms is dat wat men noemt kwaad, zonde.
In een ander geval is het iets dat u voorbij hebt laten
gaan of hebt gemist. Wen u eraan om als het even
kan elke dag af te rekenen met wat voorbij is gegaan.
Zeg tegen uzelf: dat en dat is er gebeurd, dat was
verkeerd en daar heb ik een kans mijn neus voorbij
laten gaan. Stel dit vast en zeg: morgen zal ik van het
geleerde gebruik maken. U zult daardoor in staat zijn
om wanneer het ogenblik van overgang komt de
rekening op te maken zonder daarover te lang te
blijven zeuren. Bovendien zult u door de ervaring, die
u hebt opgedaan bij het steeds weer opmaken van
de rekening, op het ogenblik van de overgang voor
uzelf veel gemakkelijker en zuiverder de balans kunnen
vaststellen. Dit bevordert de bewuste overgang
en bovendien zeer zeker en - dat mogen we niet uit
het oog verliezen - het welzijn van allen met wie u
verbonden bent. Want juist doordat u precies weet
wat volgens uw huidig besef goed en kwaad is, kunt
u in de geest onmiddellijk een toestand aanvaarden,
die uit dit besef voortvloeit. U zult dan door anderen
geholpen en geleid in staat zijn veel te herstellen, indien
u niet teruggrijpt naar het verleden, maar voortlevend
in de eeuwigheid dezelfde taken hernieuwd
uit de geest kunnen volbrengen.

Er zijn onnoemlijk veel mensen, vooral in het westen,
die uitgaan van het standpunt dat men maar één
keer leeft. Als dit zo is, dan kan ik mij in ieder geval
toch niet voorstellen, dat dit ene leven beslissend is
voor de eeuwigheid. Als u kunt, moet u zich realiseren:
dit is niet belangrijk. Want een God die aan de hand
van zo'n korte termijn en zo'n unfaire beproeving over
u zou moeten oordelen voor een eeuwigheid van
vreugde of lijden, zou geen goede en rechtvaardige
God zijn. Besef dus: er is een verdergaan, een voortleven.

Als het voor u aanvaardbaar is dat u kunt
voortbestaan in een volgend leven, bedenk dan dit:
het is niet alleen wat u in uw leven aan karma, zoals
het heet, bijeen vergaard hebt, maar vooral de wijze
waarop u nu overgaat, die bepalen zal of en zo ja
hoe u eventueel zult reïncarneren. Laat u nooit begoochelen
door schone dromen over wat u voor de
wereld zou kunnen doen in een nieuwe vorm of wat
u zo graag zou hebben gedaan. Juist wanneer de
overgang nabij komt, wees dan realist. Zoek geen
schone paleizen; ze zijn meestal een veil waarin uw
onvermogen het sterkst tot uiting komt. Vraag naar
één ding: vraag naar licht, naar begrip. Probeer in
uw leven zoveel mogelijk te begrijpen. Probeer ook bij
de overgang het begrip van wat zich met u afspeelt
vast te houden. Dat is het machtigste wapen tegen
11


elk verkeerd terecht komen. Het is het machtigste
wapen dat u kunt hanteren tegen het onnodige lijden
van uw omgeving en uw medemensen. U ziet, de
dood is eigenlijk een soort palet. Je hebt duizend en
één kleuren. Nu gaat het er maar om hoe je ze zult
mengen, hoe je ze op het doek moet brengen waarop
dat gefixeerd staat: dit was hij of zij. Je tekent dit
zelfportret a.h.w. op het ogenblik dat de gouden
band (het zilveren koord noemt men het ook wel) die
geest en stof verbindt, wordt verbroken. U zult zich
ongetwijfeld afvragen: hoe moeten wij dit dan doen?
Is dit dan bekwaamheid?

Ja, sterven is het samenvoegen van vele bekwaamheden,
die de mens in het leven heeft verworven. Niet
voor niets heb ik gezegd: "De overgang die men dood
noemt is de bekroning van het leven." Als u in dit
ogenblik al wat er aan goeds en beheersing in u
bestaat, al wat er aan vreugde en eventueel overgave
aan hogere machten in u leeft kunt uiten, dan zult
u daarmee werkelijk al het lichte van uw leven tot
uiting hebben gebracht.

De mens denkt teveel dat
dood (sterven) een soort afrekening is. Hij meent dat
hij dan moet teruggaan tot zijn jongste jaren. U kent
het bekende verhaal van de man, die op het punt
staat te verdrinken en die dan klokkengelui hoort en
zijn hele leven voorbij ziet trekken. Overigens, uit de
ervaring van degenen, die werkelijk zijn verdronken,
moet ik afleiden dat dit een sprookje is. Maar goed,
een feit is dat velen zich dan de hoofdmomenten van
hun leven herinneren.

Begrijpt u één ding goed. Als
u overgegaan bent, komt er een periode van beschouwing.
Dan zult u inderdaad moeten nagaan
wie en wat u geweest bent op aarde. Dan zult u
minder partijdig vele aspecten van uw leven nog eens
moeten bezien. Maar op het ogenblik van de overgang,
zelf is daarvoor geen reden. Laat niet de herinnering
een raadselspel met u spelen. U weet wel, zoals
Andersens Chinese vorst in het sprookje van "de
Chinese nachtegaal", die allerlei gezichten uit de
beddegordijnen ziet komen, die hem toefluisteren
"mij heb je gedood" en "dat heb je verkeerd gedaan."
Hiertoe bestaat geen enkele noodzaak. Wat wij
hebben gedaan is gedaan; wij kunnen daaraan niets
meer veranderen. Maar wat wij zijn, dat kunnen we
nog wel veranderen. Wij kunnen trachten in ons
wezen harmonie te scheppen.

Voor die harmonie
hebben wij de oefening nodig, waarvan ik u verschillende
aspecten heb omschreven. Voordat ik nu
overga tot het tweede gedeelte van mijn betoog zou
ik eerst graag een soort entremets willen opdienen. Ik
zou u namelijk verschillende gegevens over de overgang
willen verschaffen, maar nu zonder het persoonlijke
aspect daarbij speciaal te bezien.

In 9 van de 10
gevallen kondigt de overgang zich bij de mens aan
door koude in de ledematen. De koude trekt langzaam
naar het hart toe. Als die het hart ongeveer
heeft bereikt, lijkt er een explosie van laatste warmte
te zijn, die zich meestal voltrekt in de richting van
ruggengraat en achterhoofd. In enkele gevallen uit
de borst, wederom in de richting van het achterhoofd,
althans het schedeldak. Daarbij vindt een grote ontlading
van kracht plaats. Het is helaas niet te bewijzen
dat een geest het lichaam verlaat. Ook wegingen
hebben wat dat betreft toch nog niet tot een resultaat
kunnen leiden. Maar het feit alleen dat ik hier tot u
spreek, dat er zoveel verschijnselen zijn waarbij "de
doden" optreden, het feit dat de mensheid van het
begin tot het einde gelooft aan het bestaan van
doden en een hiernamaals, zou misschien in de
plaats kunnen treden voor een bewijsvoering.

Wanneer de dood begint, valt ons het volgende op:
het directe bewustzijn wordt meer en meer uitgeschakeld.
Daarvoor in de plaats zien we dat de herinneringen
bij de mens sterker gaan leven. In vele gevallen
zal hij bijna dromen en in die droom bepaalde fragmenten
van vroeger terugzien. Dit is een automatisch
en stoffelijk proces, dat niet noodzakelijk door de
geest wordt mede beleefd. Dan blijkt dat op den duur
alle van buiten komende prikkels ver weg zijn. Een
aardige beschrijving die ik daarvan van één onzer
overgeganen hoorde was: "Het lijkt wel alsof je kijkt
door een wazige ruit en of de klanken onder water
naar je toekomen; een vreemde doordringendheid
maar toch dof, alsof er ergens iets mankeert." Het
begrijpen valt vaak wat moeilijker. Soms echter blijkt,
dat men nog blijft associëren zonder dat men daaraan
mentaal volledig deel heeft. In de periode dat
deze verhoging van de bewustzijnsdrempel optreedt,
blijkt dat de geest intens contact gaat opnemen met
al wat rond haar aanwezig is.


Nu zou ik u hier natuurlijk kunnen vertellen over afhalen
enz., maar dat zijn tenslotte verschijnselen die niet
zo belangrijk zijn. Belangrijk is wel dit: de sfeer waarin
de geest krachtens haar ogenblikkelijke stemming
(let wel, krachtens haar ogenblikkelijke stemming)
verkeert, dringt tot haar door. Zij krijgt heel vaak een
uitbeelding in haast vergeten klanken of kleuren,
zodat u kunt horen: "Wat een vreemd licht" of "luidt
daar een klok?" of "wat een muziek". Het komt inderdaad
bij de overgang vaak voor, dat zoiets wordt
gezegd of gevraagd. Verder moeten wij er rekening
mee houden, dat de dood (dus dit scheiden) voor
de spieren en de organen van het lichaam betekent
dat de samenwerking weg is. Voor een mens is dat
misschien wat onplezierig omdat dan wat wij noemen
de stuiptrekkingen kunnen optreden. U moet hierbij
uitgaan van de gedachte dat het leven daarbij niet
is betrokken.

Als u dus aanwezig bent bij een geval
van overgang (dit mag ik hier misschien ook even
zeggen, het behoort in zekere zin tot mijn onderwerp),
laat u dan niet te veel imponeren door die laatste
verdraaiingen van ledematen, dat knarsen van tanden
of die snurkgeluiden. Deze dingen zijn volkomen
automatisch; het bewustzijn heeft daaraan niet meer
deel. De persoon zelf merkt er niets van. Hoe meer u
zich daardoor laat afschrikken, des te groter de kans
is dat u voor die overgaande persoon in de omgeving
een minder prettige invloed uitoefent. Aanvaard die
12


dingen zoals ze zijn. Het is gewoon het lichaam dat in
wanorde is geraakt, zoals een klok waarin een raadje
stuk is, zodat de wijzers nu ratelend rondgaan en het
slagwerk zijn wijsjes door elkaar tingelt. Het is niet
belangrijk. Ook wanneer u zelf overgaat en u bemerkt
dit, probeer die dingen dan niet te bedwingen. U kunt
het toch niet. Trek u terug. Dan weten wij ook nog dat
in de dood je heel vaak het idee hebt (dat is een heel
ander verschijnsel, dat soms al enige uren voor de
feitelijke overgang optreedt) dat je omringd bent
door allerlei krachten. Je voelt iets en je weet niet wat.
Ook hier moeten we goed begrijpen wat er precies
gaande is. De gevoeligheid verandert. Van lichamelijke
gevoeligheid is steeds minder sprake.

Overgevoeligheid
in sommige lichaamsdelen treedt wel even
op, maar is toch over het algemeen niet van overwegend
belang. Waarmee we te maken hebben is in de
eerste plaats: een mentale overgevoeligheid. In de
tweede plaats: de gevoeligheid van de geest. Mentale
overgevoeligheid kan ertoe leiden dat, als u zich
verzet tegen het idee insluimeren, u buitengewoon
sterk uw aandacht gaat spitsen. Dan kan b.v. het
geluid van een kraan die een paar kamers verder
druppelt, een obsederende trommelslag worden; het
geluid van uw bloed kan een hatelijke symphonie of
een hoongelach schijnen te zijn. Als u daarop uw
aandacht richt, lijdt u daar wel erg onder. Probeer
daarop geen acht te slaan. Als u zich daarentegen
instelt op licht, op vreugde, dan gaan die verschijnselen
langs u heen. Ze zijn er wel, maar u vangt er nu
flarden van op alsof er soms even een deur opengaat.
Een glimp van licht misschien, een flard muziek, een
beeld uit de herinnering dat er toch weer anders uitziet.
De idee van duistere krachten rond u neemt af
naarmate u zelf vrediger bent. Als u gevoeligheid gaat
werken, kunt u soms tot een redelijke beschrijving
komen van hetgeen er aanwezig is.

Hoe meer mensen er in de buurt zijn die bang zijn voor
de dood, hoe meer deze uitstralingen afgeven, die
voor de stervende onaangenaam zijn. Angst kan
namelijk in die toestand van gevoeligheid zeer veel
invloed hebben. En als de angst voor de overgang
van een ander - of ze nu zelfzuchtig of onzelfzuchtig
is - scherp tot uiting komt, kan het soms zijn dat zo
iemand daarin een bedreiging ziet. Ik weet dat er in
sommige gevallen resultaten zijn geweest die erg
onaangenaam waren.

Eén geval hebben we meegemaakt
van een man, die op zich redelijk rustig
overging, maar die door het verzet tegen zijn dood in
zijn omgeving op een gegeven ogenblik niet meer
wist wat te doen. Hij uitte zich toen zoals hij dat in zijn
jonge jaren placht te doen en stierf vloekend. Dat was
voor allen in zijn omgeving iets verschrikkelijks. Voor
de geest zelf was het niet belangrijk; die was toch al
in het licht. Degenen die in de buurt waren, hadden
helemaal niet beseft dat ze dit zelf hadden veroorzaakt.

Dan is er nog iets bij wat ook wel interessant is.
Wanneer de lichamelijke dood nabij is, dan is het nog
niet zeker dat deze ook geschiedt, dus een feit wordt.
Wij kennen gevallen van mensen, die lange tijd
schijndood zijn geweest of - nadat de klinische dood
was vastgesteld - door b.v. hartmasssage werden
opgewekt. Onthoudt daarbij dit:

Er is een zeer groot verschil tussen de klinisch vastgestelde
dood en de werkelijke dood. Deze liggen niet
gelijk. Er zijn evenzeer omstandigheden denkbaar,
waarin het lichaam nog functioneert, terwijl de geest
reeds weg is, het lichaam is dan een soort idiote automaat
geworden, als gevallen waarin het lichaam
reeds bij wijze van spreken onder de aarde is en toch
de band nog blijft bestaan. Maar de geest zal in deze
gevallen altijd buiten de stof staan. Er zijn mensen die
doodsbang zijn te worden begraven, omdat zij van
levend- begraven-worden hebben gehoord. Mag ik
u er aan herinneren dat uw geest buiten de stof staat.
Zelfs als deze mogelijkheid zou bestaan, zal de bewuste
geest rustig zeggen: "Ik kan daarin toch niet meer
leven", zich afwenden en de band verbreken. U behoeft
nooit bang te zijn dat u terugkeert, tenzij u wordt
gedreven door de wil om voort te leven.

Gedurende
de periode dat de geest vrij is en het lichaam nog
leeft, zal elke poging van de geest om dat lichaam
terug te winnen voor het lichaam een belasting zijn.
Het lichaam dat met rust wordt gelaten kan zich gemakkelijker
herstellen, is in staat meer te verdragen
en zal zeker van alle beschikbare middelen een beter
gebruik maken. Probeer nooit uw lichaam te dwingen
tot verder leven. U ziet, er zit aan dat aspect van de
dood nog al wat vast. Laten we teruggaan tot de kunst
van het sterven. Er zijn maar weinig mensen die werkelijk
in staat zijn om de omgeving waarin zij sterven
te beïnvloeden. U bent in een dergelijke periode
meestal hulpeloos en daarom is het belangrijk, dat
wij voor onze innerlijke rust onafhankelijk leren te zijn
van de omgeving. Hebben wij de mogelijkheid in een
bekende en vertrouwde omgeving de overgang af te
wachten, dan is dat verkieslijker.

Wen u eraan - onverschillig op welke plaats u zich
bevindt - u te ontspannen. Dit is niet alleen tijdens uw
leven een besparing van krachten en arbeid, maar
komt u juist zeer te stade in perioden van overgang,
gevaar voor overgang, ernstige ziekte e.d.

Realiseer
u dat ons hele leven op aarde altijd slechts een soort
leerperiode is; niet altijd een prettige scholing, soms
moeten we heel hard werken, maar het is een tijd van
lering. Ook tijdens die periode mag u rustig wel eens
aan thuis denken. Wen u aan regelmatig aan licht,
aan vreugde te denken. Eigenlijk zou ik u hier de yogaleer
willen aanbevelen, die inderdaad een perfecte
voorbereiding kan vormen. In de yogaleer vinden
we n.l. de gedachte, dat leven en dood één zijn en
dat concentratie op elk willekeurig punt, eenheid met
dit punt betekent. Dit is voor u in de stof meestal niet
waar, maar geestelijk altijd. Als u dus op het punt staat
over te gaan of vreest dat het zo ver is, concentreer
u dan op de omgeving en die personen waarmee u
het liefst samen zou zijn. Bij voorkeur zou ik u de raad
willen geven hiervoor hen te kiezen die reeds zijn
13


overgegaan, mits u daarbij de gedachte aan licht,
aan vreugde mede stelt. Geloof mij, dit bevordert niet
alleen een vlugge en feitelijke overgang zonder pijn,
maar het stelt u tevens in staat ook als u niet werkelijk
overgaat, steun van deze personen te ontvangen en
de innerlijke vreugde deelachtig te worden, die een
bijzondere veerkracht betekent tegen lichamelijk lijden.
Verwacht niet bewust al deze dingen te kunnen
doormaken, voordat u betrekkelijk los van de stof
bent.

Probeer ook niet, als ik dat zo er bij mag zeggen,
voor uzelf ook maar enige illusie te scheppen. Alles
wat wij op het ogenblik, dat de dood naderbij komt
aan verkeerde dromen opbouwen, kan ons n.l. tegenhouden.
Gedachten kunnen vormen betekenen. U
kunt in een leven uw eigen waan beleven wat ongeacht
het aangename van het eerste ogenblik tenslotte
een verstarring betekent en de noodzaak tot een
tweede dood; d.w.z. een sterven in de eigen wereld
om in de ware wereld wakker te worden.

Daarom vrienden, u mag dromen zoveel u wilt, maar
droom nooit van een fantasiewereld die u omschrijft.
U mag zich richten tot een persoonlijkheid. U mag zich
richten tot al wat u wilt, maar alstublieft, zeker in een
tijd van overgang, bouw u geen droombeelden op.
De grote kunst van het sterven is: de realiteit van het
leven na de dood reeds tijdens de laatste momenten
van het stoffelijk leven te aanvaarden en daarmee
werkzaam te zijn. U moet een ogenblik in twee werelden
tegelijk werken. Dit kunt u alleen indien u geen
droombeelden opbouwt en u niet door angst of de
begeerte, dat het nu maar afgelopen moet zijn, laat
overweldigen, maar probeert in ware en innerlijke
ontspanning zonder meer te aanvaarden wat is.

Verder weten we alleen, dat alle kunst en ook de kunst
van het sterven toestaat in het uitbeelden van iets
persoonlijks. U hebt een eigen persoonlijkheid. Die
persoonlijkheid komt natuurlijk ook op het moment
van de dood op de voorgrond. Ik wil daarvan graag
een paar voorbeelden van vertellen.

Er was een Schot die op sterven lag. (Waarom het een
Schot was weet ik niet, waarschijnlijk omdat het de
grap beter doet uitkomen). De dokter komt bij hem
en zat te vertellen dat het hem best zou gaan enz.
Waarop die oude Schot zei: "Dokter, ik weet dat het
met mij is afgelopen. Maar als je nu de moed hebt
om nachttarief te rekenen, kom ik bij je spoken." Dat
klinkt als een vreemd grapje. Maar hier was iemand
die zichzelf getrouw bleef. Nu was dat in dit geval niet
erg mooi - het is ook maar een grap - het was gebondenheid
aan geld. Toch heeft u zelf ook iets dat in uw
leven betekenis heeft. Als u uw hele leven een beetje
ruw bent geweest, dan zal het u heus niet helpen om
in uw laatste ogenblikken vroom te worden. Als u
gehouden hebt van grappen, dan zal plechtstatigheid
u zeker niet ten goede komen.

Juist bij de dood,
de bekroning van je leven, mag geacht worden dat
een weerspiegeling van dit leven en van een eigen
geesteshouding als een voordelige factor tot uiting
komt. Onthoud dus dit: wees u-zelf tot het laatste
ogenblik. Heus, dit is veel beter dan te trachten tot
een bekering op het sterfbed te komen, die eigenlijk
niets anders is dan een uiting van angst of plechtigheid
voor te wenden, die u in feite niet bezit.

Een andere
anekdote is misschien ook heel aardig. Een
bekend staatsman in Duitsland (ja, uit een verleden
tijd) lag op zijn sterfbed. Hij was tijdens zijn leven een
vriend van goede wijn geweest. Op een gegeven
ogenblik zaten zijn vrienden dan ook rond zijn sterfbed
en daaronder was zijn beste vriend. Onze staatsman
vroeg om een glas wijn. Hij proefde en zei: "Het smaakt
me niet meer". Hij keek zijn vriend toen aan en zei:
"Geluksvogel, jij staat in mijn testament voor de beste
jaargangen die ik nog heb." Waarop hij inderdaad
de geest gaf. U zult zeggen: dit is een grap. Neen,
want doordat deze mens zo nuchter overging maakte
hij de voortzetting van het leven na de dood eenvoudiger.

Onthoudt u nog even dit heel belangrijke
punt: uw hele leven wordt geleid door dezelfde kracht
en heeft precies dezelfde hoofdinhoud als uw leven
na de dood. Er is geen feitelijk verschil tussen uw
persoonlijkheid voor de geboorte, tijdens het stoffelijk
leven en daarna dan in de vorm en de daaruit
voortkomende beperking. Er is geen enkele reden om
anders te zijn wanneer je sterft, evenmin als er reden
is om anders te zijn wanneer je wordt geboren. Juist
de continuïteit van onze persoonlijkheid, die vele
werelden en sferen kan omvatten en die ongetelde
incarnaties kan omspannen, maakt het ons mogelijk
om onszelf gelijk blijvend steeds meer ons wezen te
beseffen. Elke poging om dat wezen voor een kort
ogenblik of in een ogenblik van angst of van plotseling
gevoelde plechtstatigheid een ander aanzien te
geven is niets anders dan komedie.

Speel nooit komedie met jezelf. Je bent wat je bent.
Het is niet je taak om dat wat je bent te veranderen;
een heel verkeerde opvatting. Het is je taak om dat
wat je bent zo goed mogelijk te zijn in menselijke en
in kosmische zin. Je bent in het begin geschapen met
een vast doel, een vaste plaats, een vast deel in de
schepping. Elk leven en elke bestaansfase weerkaatst
die ene. Elke poging om dit ene te veranderen, te
verdringen of op de een of andere manier te vermommen
betekent voor u alleen maar moeite en last. Dit
komt het sterkst tot uiting bij een verandering van
wereld, omdat dan de bij een bepaalde wereld behorendemiddelen
tot maskerade (op aarde b.v. door
het verbergen van je gedachten) niet meer aanwezig
zijn.

Overgaan wetend wat je bent, wetend dat ieder
je kent voor wat je bent en je daarvoor te schamen,
betekent wegvluchten. Erkennen wat je bent, maar
ook erkennen waar je tekort schoot in datgene wat
je moest zijn, betekent echter een positief streven. De
kunst van het sterven is m.i. ook jezelf te zijn in leven,
in dood en bij het ontwaken in de nieuwe wereld.
(Uit: Kring Den Haag 19 sept.1960).